ECLI:NL:RBDHA:2025:3776
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht niet-kwetsbare alleenstaande mannelijke asielzoeker aan België
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een overdrachtsbesluit van de minister van Asiel en Migratie, waarbij verzoeker, een niet-kwetsbare alleenstaande mannelijke asielzoeker, zou worden overgedragen aan de Belgische autoriteiten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep tegen het overdrachtsbesluit een redelijke kans van slagen heeft, mede gelet op eerdere uitspraken waarin concrete aanknopingspunten zijn vastgesteld voor ernstige vrees dat de opvangvoorzieningen in België systeemfouten bevatten die kunnen leiden tot schending van artikel 4 van Pro het Handvest en artikel 3 van Pro het EVRM.
De rechtbank constateert dat het beroep te laat is ingesteld, maar acht de termijnoverschrijding mogelijk verschoonbaar en stelt vast dat er sprake is van onverwijlde spoed vanwege de korte termijn tot overdracht.
Op grond hiervan wordt het verzoek om voorlopige voorziening ontvankelijk verklaard en toegewezen, het bestreden besluit geschorst en bepaald dat verzoeker niet mag worden overgedragen totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €907,00.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht van verzoeker aan België wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.