ECLI:NL:RBDHA:2024:17849
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Na een ongegrond verklaard beroep en een kennisgeving van overdracht, heeft verzoeker een opvolgende aanvraag gedaan die ook niet in behandeling is genomen. Tegen dit besluit is beroep ingesteld met een verzoek om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang, omdat weigering tot medewerking kan leiden tot gedwongen overdracht en bewaringsmaatregelen. Het is in strijd met de systematiek van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening om verzoeker te dwingen zijn medewerking te onthouden voordat hij het overdrachtsbesluit kan laten schorsen.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om zijn beroep in Nederland af te wachten zwaarder dan het belang van de minister om de overdracht uit te voeren. De voorlopige voorziening leidt tot opschorting van de overdrachtstermijn en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Kroatië wordt opgeschort totdat op het beroep is beslist.