ECLI:NL:RBDHA:2025:3745
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Correctie ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na beroep
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister waarbij de ingangsdatum van haar verblijfsvergunning asiel werd vastgesteld op 10 september 2023. Volgens eiseres had deze datum moeten zijn 5 september 2023, de dag waarop zij zich meldde bij het Aanmeldcentrum Ter Apel en haar asielwens kenbaar maakte.
De minister betoogde dat het tijdsverschil van vijf dagen te klein was om belang te hebben bij het beroep en verzocht om niet-ontvankelijkheid. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres wel degelijk belang had bij een inhoudelijke beoordeling, mede omdat een eerdere ingangsdatum gevolgen kan hebben voor latere verblijfsaanvragen of verstrekkingen.
De rechtbank stelde vast dat de minister ten onrechte de datum van het indienen van het aanvraagformulier als ingangsdatum had genomen. Uit jurisprudentie volgt dat de asielaanvraag wordt ontvangen op het moment dat de vreemdeling persoonlijk zijn asielwens kenbaar maakt. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum betrof en stelde deze vast op 5 september 2023.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €907,-. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde gedeelte van het besluit en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel is vastgesteld op 5 september 2023 in plaats van 10 september 2023.