ECLI:NL:RBDHA:2025:3289
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling leeftijdsregistratie bij asielverlening en ontzenuwing vermoeden minderjarigheid
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van de minister waarin als geboortedatum 24 augustus 2003 werd aangehouden, terwijl eiser een andere geboortedatum had opgegeven. De rechtbank behandelde twee beroepen, waarvan één niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het onnodig was. De kern van het geschil betrof de juiste leeftijd van eiser bij de verlening van een verblijfsvergunning asiel.
De minister baseerde zich op registraties in Italië en Frankrijk, waar eiser als meerderjarige stond geregistreerd, en twijfelde aan de door eiser opgegeven leeftijd vanwege tegenstrijdige schouwen door AVIM en IND en het ontbreken van identiteitsdocumenten. Eiser voerde aan dat de minister het voordeel van de twijfel had moeten geven en dat een leeftijdsonderzoek had moeten plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat de minister zorgvuldig en deugdelijk had gemotiveerd waarom hij het vermoeden van minderjarigheid ontzenuwd achtte. De minister had alle relevante feiten en omstandigheden meegewogen en de verklaringen van eiser over zijn leeftijd waren niet samenhangend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor het eerste beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de geboortedatum in de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard omdat de minister het vermoeden van minderjarigheid deugdelijk heeft ontzenuwd.