ECLI:NL:RBDHA:2025:3266
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, met Egyptische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië volgens artikel 17 van Pro de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat de aanvraag toch door Nederland in behandeling genomen moest worden, onder verwijzing naar bijzondere omstandigheden zoals detentieomstandigheden in Kroatië, een netwerk van mensenhandelaren en zijn opleiding en werkervaring. Hij verwees ook naar eerdere uitspraken van andere rechtbanken ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro en dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is. De door eiser aangevoerde omstandigheden werden onvoldoende onderbouwd en boden geen reden om af te wijken van de overdracht aan Kroatië.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard omdat de procedure niet langer connex was. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.