ECLI:NL:RBDHA:2025:3245
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderzoek en schorsing rijbewijs wegens vermoeden ongeschiktheid na verkeersongeval
Eiser was betrokken bij een verkeersongeval op 17 april 2024 waarbij hij abrupt remde, mogelijk door het intrappen van het verkeerde pedaal. De politie en een medewerker van de GGD meldden een vermoeden van ongeschiktheid vanwege het bleek zien en verward gedrag van eiser ter plaatse, mede gezien zijn hartpatiëntstatus.
Verweerder legde op basis hiervan een onderzoek naar de lichamelijke en geestelijke geschiktheid op en schorste het rijbewijs van eiser. Eiser voerde aan dat er geen goede gronden waren voor het opleggen van het onderzoek en dat verweerder onzorgvuldig handelde in de communicatie.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van ongeschiktheid terecht was, waarbij het lage bewijsniveau voor een vermoeden werd benadrukt ter bescherming van de verkeersveiligheid. De lat lag laag omdat het slechts om een vermoeden ging, niet om bewezen ongeschiktheid.
De rechtbank vond dat verweerder tijdig handelde en dat het geautomatiseerde bericht geen onzorgvuldigheid opleverde. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waarbij hij geen griffierecht of proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het opleggen van het onderzoek en de schorsing van zijn rijbewijs is ongegrond verklaard.