ECLI:NL:RBDHA:2025:2923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Verlenging uiterlijke overdrachtstermijn Dublinverordening niet onrechtmatig verklaard
Eisers, beiden Syriërs, vroegen asiel aan in Nederland. Verweerder besloot de overdrachtstermijn aan Oostenrijk te verlengen vanwege onderduiken, conform artikel 29 lid 2 van Pro de Dublinverordening. Eisers stelden dat de verlenging onvoldoende was gemotiveerd en dat het beroep van eiser 2 niet tijdig was ingediend.
De rechtbank oordeelde dat het beroep van eiser 2 ontvankelijk was omdat het besluit aan een onjuiste gemachtigde was gestuurd, waardoor de beroepstermijn pas begon te lopen bij kennisname door de juiste gemachtigde. Verder stelde de rechtbank dat verweerder niet verplicht was te motiveren waarom de maximale termijn werd benut bij onderduiken.
Daarnaast werd geoordeeld dat eisers niet recht hadden op het indienen van een zienswijze voorafgaand aan het besluit, aangezien rechtstreeks beroep openstaat. De beroepen werden ongegrond verklaard en de verlenging van de overdrachtstermijn tot 18 maanden werd bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de verlenging van de overdrachtstermijn tot 18 maanden.