ECLI:NL:RBDHA:2025:27637
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering asielaanvraag wegens overdracht aan Spanje op grond van Dublinverordening
Eiser, een asielzoeker uit Jamaica, diende op 16 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister weigerde deze in behandeling te nemen omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, mede omdat Spanje eerder een visum aan eiser had verleend. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon worden toegepast vanwege tekortkomingen in het Spaanse asiel- en opvangsysteem en zijn bijzondere kwetsbaarheid door medische en traumatische omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje nog steeds geldt, mede gelet op eerdere uitspraken en de landeninformatie. De medische situatie van eiser, waaronder hiv, prostaatkanker en psychische problematiek, werd beoordeeld, maar de rechtbank vond geen bewijs dat deze omstandigheden een overdracht aan Spanje onaanvaardbaar maken.
Eiser voerde tevens aan dat de minister artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen vanwege de onevenredige hardheid van overdracht. De rechtbank constateerde echter een motiveringsgebrek in het bestreden besluit omdat de minister onvoldoende rekening had gehouden met de psychische problematiek van eiser. Dit motiveringsgebrek werd hersteld in de beroepsfase, waarna de rechtbank het beroep gegrond verklaarde maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
De voorlopige voorziening om overdracht te verbieden werd afgewezen. De minister werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige motivering bij toepassing van de Dublinverordening, vooral bij kwetsbare asielzoekers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.