ECLI:NL:RBDHA:2025:2741
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Algerijnse vreemdeling tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot 9 januari 2025. Het geschil betrof de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf die datum.
Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat de Algerijnse autoriteiten nog geen laissez-passer hadden afgegeven, ondanks toezeggingen en een rappel. De rechtbank overwoog dat er in algemene zin wel zicht op uitzetting bestaat, dat een vlucht gepland staat op 28 februari 2025 en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de laissez-passer niet tijdig zal worden verstrekt.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.