Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: M. Volker).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toets
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 11 november 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Marokko omdat de Marokkaanse autoriteiten nog niet hadden gereageerd op de laissez passer aanvraag.
De rechtbank stelde vast dat eiser de gronden voor de bewaring niet betwistte en dat deze feitelijk juist en voldoende toegelicht waren. De rechtbank oordeelde dat er in het algemeen sprake is van zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn en dat het enkele tijdsverloop sinds de aanvraag onvoldoende is om het ontbreken van zicht op uitzetting aan te nemen.
Daarnaast werd meegewogen dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting. De ambtshalve toets leidde tot het oordeel dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.