ECLI:NL:RBDHA:2025:27221
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing mvv-aanvraag wegens schending hoorplicht, afwijzing blijft in stand
Eisers, ouders van een referent die in Nederland verblijft, vroegen om verlenging van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om als familie- of gezinslid bij de referent te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af en handhaafde deze afwijzing in bezwaar. Eisers stelden dat zij ten onrechte niet persoonlijk zijn gehoord in de bezwaarprocedure.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de hoorplicht uit artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht heeft geschonden door alleen de referent te horen en niet de belanghebbenden zelf. Hierdoor is het bestreden besluit vernietigbaar. De rechtbank bepaalt echter dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat niet is gebleken van familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro tussen (de echtgenote van) referent en eisers.
De rechtbank toetst uitgebreid de vraag of sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en beschermingswaardig familieleven. Hoewel er hechte emotionele banden zijn, is er onvoldoende bewijs voor een beschermingswaardig familieleven. Ook de belangenafweging, waarbij het Nederlandse economische belang zwaar weegt, is niet onredelijk. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan eisers wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de afwijzing van de mvv-aanvraag blijft in stand.