ECLI:NL:RBDHA:2025:27206

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
NL25.5461
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis jongvolwassene wegens ontbreken gezinsleven

Eiser, een jongvolwassene met de Jemenitische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland in het kader van nareis bij zijn moeder, die een verblijfsvergunning asiel heeft. De minister wees de aanvraag af omdat eiser niet viel onder het jongvolwassenenbeleid en geen bijkomende elementen van afhankelijkheid kon aantonen.

De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat eiser weliswaar jongvolwassen was en geen zelfstandig gezin had gevormd, maar dat hij stappen naar zelfstandigheid had gezet, onder meer door zelfstandig wonen en het genereren van inkomsten als influencer. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat hij financieel afhankelijk was van zijn ouders. De minister had dit gemotiveerd en de rechtbank volgde dit oordeel.

Daarnaast stelde eiser dat er sprake was van bijkomende elementen van afhankelijkheid, zoals financiële en medische zorg voor zijn ouders. De rechtbank vond dat de zorg ook door andere familieleden werd verleend en dat er voldoende alternatieven waren. Emotionele afhankelijkheid was onvoldoende om het gezinsleven aan te nemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv-aanvraag bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.

Uitspraak

uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.5461
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D. van Elp),
en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.M. van Duren).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij zijn moeder [Referente] (referente).
1.1. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 16 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 9 januari 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2. De rechtbank heeft het beroep op 24 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, referente, T. Ayash als tolk en de gemachtigde van de minister. Ook de vader van eiser, [persoon1] , was aanwezig.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag voor een mvv. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Waar gaat deze zaak over?
5. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 2000 en heeft de Jemenitische nationaliteit. Hij is de zoon van referente, en verblijft op dit moment in Egypte. Referente is geboren op [geboortedatum 2] 1965 en heeft ook de Jemenitische nationaliteit. Aan haar is een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. Referente heeft op 13 september 2022 een aanvraag voor een mvv ingediend, met het doel dat haar echtgenoot (de vader van eiser) en eiser bij haar in Nederland kunnen verblijven. De vader van eiser verblijft inmiddels in Nederland.
6. De minister heeft de aanvraag voor een mvv voor eiser afgewezen, omdat geen sprake is van familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Volgens de minister valt eiser namelijk niet onder het jongvolwassenenbeleid, omdat hij stappen naar zelfstandigheid heeft gezet. De minister betrekt hierbij dat eiser weliswaar samenwoonde met zijn ouders en later samenwoonde met zijn vader, maar dat geen sprake was van afhankelijkheid, omdat hij de zorg over zijn vader had. Daaruit blijkt dat eiser in staat is om zelfstandig een huishouden te voeren en dat hij niet afhankelijk is van zijn ouders. Ook is niet gebleken dat eiser financieel afhankelijk is van zijn ouders. De minister vindt daarbij onder andere van belang dat eiser een influencer op TikTok is met een groot bereik, waaruit hij ook inkomsten ontvangt. Volgens de minister zijn de verklaringen van eiser op dit punt warrig en inconsistent, en heeft hij ook met de overgelegde documenten niet aannemelijk gemaakt dat zijn ouders hem financieel ondersteunen. Verder is er volgens de minister geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De minister betrekt daarbij onder andere dat niet is gebleken dat de vader van eiser exclusief afhankelijk is van de zorg van eiser. De ouders van eiser kunnen immers ook zorg van hun zoon die in Nederland woont krijgen en zij hebben recht op huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wmo.

Beoordelingskader mvv nareis

7. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 29 mei 20241 volgt een stappenplan in het kader van mvv-nareis aanvragen, waarbij meerderjarigen betrokken zijn. Hierbij beoordeelt de minister in stap 1 de formele vereisten, waarbij de identiteit en familierechtelijke relatie aannemelijk gemaakt moeten worden. Vervolgens beoordeelt de minister de feitelijke gezinsband, waarbij hij in stap 2 kijkt naar het jongvolwassenenbeleid en in stap 3 naar bijkomende elementen van afhankelijkheid. De rechtbank zal in dit kader uitgaan van WI 2024/4. Deze werkinstructie was namelijk van toepassing op het moment dat de minister het bestreden besluit heeft genomen. In deze werkinstructie is het peilmoment voor het vaststellen van de feitelijke gezinsband het moment van binnenkomst van referent(e) in Nederland. In deze zaak is het peilmoment dus 7 oktober 2021.
7.1. De minister hanteert ook bij nareis het jongvolwassenenbeleid, neergelegd in paragraaf B7/3.8.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc), om vast te stellen of tussen een meerderjarig kind en zijn ouder(s) familie- of gezinsleven bestaat als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM zonder dat de minister daarvoor bijkomende elementen van afhankelijkheid vereist. De minister neemt familie- en gezinsleven aan tussen ouders en hun meerderjarige kinderen als het meerderjarige kind jongvolwassen is, met de ouder of ouders in gezinsband samenleeft, niet in zijn eigen onderhoud voorziet en geen zelfstandig gezin heeft gevormd.
7.1.1. De omstandigheid dat een meerderjarig kind zelfstandig woont en zelfstandig voorziet in het eigen levensonderhoud kan een indicatie zijn dat de feitelijke gezinsband is verbroken. De minister dient hierbij te betrekken in hoeverre het meerderjarige kind door zelfstandig te gaan wonen en/of werken een bewuste stap naar zelfstandigheid heeft willen zetten.2 In dat geval geldt dat het kind niet langer tot het gezin van zijn ouder(s) behoort. Een noodgedwongen scheiding tussen ouder en meerderjarig kind, bijvoorbeeld door een vluchtsituatie, kan echter niet in elk geval aan het meerderjarige kind worden tegengeworpen.3 De minister dient dan wel nader te onderzoeken of het meerderjarige kind zich ondanks de scheiding zelfstandig en moeiteloos heeft kunnen handhaven, waardoor de feitelijke gezinsband in sommige gevallen alsnog als verbroken beschouwd moet worden.4

1.ECLI:NL:RVS:2024:2146.

7.2.
Wanneer een meerderjarig kind geen geslaagd beroep kan doen op het jongvolwassenenbeleid, beoordeelt de minister of het kind en zijn ouder(s) familie- en gezinsleven hebben op grond van het vereiste van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Hierbij kunnen elementen zoals samenwoning, financiële of materiële (emotionele) afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen en de banden met het land van herkomst van belang zijn. Verder mag bij de vraag of voormelde afhankelijkheid bestaat, onder meer gewicht worden toegekend aan de vraag of ook andere familieleden of derden de door het afhankelijke familielid benodigde zorg kunnen geven.
Jongvolwassenenbeleid
8. Eiser voert aan dat hij onder het jongvolwassenenbeleid valt. Eiser heeft namelijk altijd met zijn ouders heeft samengewoond. Verder kan eiser met zijn werkzaamheden als influencer niet in zijn eigen onderhoud voorzien. Hij krijgt ‘uitjes’ van restaurants en hotels, maar daarmee verdient hij geen geld. Bovendien zijn de inkomsten die hij ontvangt van TikTok gering. Dit blijkt volgens eiser uit de screenshots van transacties van 2021 en 2022 die hij heeft overgelegd. Eiser heeft op de zitting toegelicht dat daarin staat: “LIVE rewards withdrawal to PayPal”, en dat uit algemene informatie blijkt dat dit het betalingssysteem van TikTok is. Verder betekent het feit dat eiser een iPhone 15 heeft, niet dat hij in zijn eigen onderhoud kan voorzien. Eiser heeft ook bankoverschrijvingen van 2022 en 2023 overgelegd, waaruit financiële ondersteuning blijkt. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat het document waaruit blijkt dat [persoon2] (zijn zus) bedragen stuurt, en de documenten van STC Pay in samenhang moeten worden gezien. Uit de documenten van STC Pay blijkt namelijk dat de bedragen die zijn zus heeft overgemaakt steeds in ontvangst zijn genomen. Volgens eiser zijn Western Union en STC aan elkaar gelinkte bedrijven, zodat deze informatie ook overeenkomt met zijn verklaring in het gehoor nareis dat hij bedragen ontvangt via Western Union. Verder heeft eiser in de mail van 2 februari 2024 toegelicht dat zijn vader, toen hij uit Saoedi-Arabië naar Egypte vluchtte, zijn spaargeld op de rekening van zijn zus heeft gestort. Volgens de Saoedische wet worden namelijk alle financiële diensten, zoals bankrekeningen, geblokkeerd als de verblijfskaart van een buitenlander is verlopen. Het is dus geld van zijn ouders dat van de rekening van zijn zus wordt overgemaakt. Eiser heeft ook afschriften van transacties via iDEAL van 2024 overgelegd. Over de zorgtaken voor zijn vader merkt eiser op dat hij die niet als enige op zich nam: zijn vader, broer en moeder deden dat ook. Uit die zorgtaken kan dus niet worden afgeleid dat eiser in staat is om zelfstandig een huishouden te voeren. Het betekent juist dat eiser een hechte band heeft met zijn familieleden.
9. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiser op het peilmoment jongvolwassen was en geen zelfstandig gezin heeft gevormd. Wel is in geschil of de minister op juiste wijze in het bestreden besluit heeft betrokken en meegewogen dat eiser met zijn ouders in gezinsverband leefde en of eiser in zijn eigen onderhoud voorziet.
2 Uitspraak van de Afdeling van 23 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2863.
3 WI 2020/16, p. 12.
4 Uitspraak van de Afdeling van 9 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4122.
10. De rechtbank is van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser niet valt onder het jongvolwassenbeleid. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank zal dat hieronder toelichten.
In gezinsverband samenleven
10.1.
De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat het samenleven met zijn ouders niet op de juiste manier is gewogen. Eiser heeft in het gehoor nareis (p. 6) verklaard dat hij zijn vader verzorgde, voordat zijn vader naar Nederland vertrok. Vervolgens is gevraagd: “Betekent dit dat u inderdaad zelfstandig het huishouden kan doen?” Eiser antwoordde toen: “Ja inderdaad, want ik verzorgde mijn vader al een tijdje.” Uit de verklaringen van eiser blijkt niet dat hij met zijn ouder(s) samenwoonde omdat hij van hen afhankelijk was en zich niet zelfstandig staande kon houden. Eiser bevestigt juist dat hij zelfstandig het huishouden kon doen, omdat hij al een tijdje voor zijn vader zorgde. De rechtbank volgt de minister daarom in zijn standpunt dat het (eerdere) samenleven van eiser met zijn ouders niet betekent dat hij onder het jongvolwassenenbeleid valt.
In eigen onderhoud voorzien
10.2.
De rechtbank volgt de minister ook in zijn standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van zijn ouders. Eiser is een influencer met een groot bereik. Op de zitting heeft de minister toegelicht dat zijn screeningsafdeling op 23 oktober 2025 onderzoek heeft gedaan. Volgens hun informatie heeft eiser 815.000 volgers op TikTok, zijn de video’s van eiser tussen de 400.000 en 2.1 miljoen keer bekeken, en heeft eiser 10 miljoen likes over zijn hele profiel. Vast staat dat eiser hier wat mee verdient. Verder blijkt uit de verklaringen van eiser dat hij zogenaamde barterdeals sluit met hotels en restaurants. Eiser heeft verklaard dat hij één tot meerdere keren per week op pad gaat om promotiemateriaal te maken. Ook als wordt aangenomen dat eiser daar niets mee verdient, kan de rechtbank volgen dat eiser hiermee heeft laten zien dat hij in staat is om te werken en stappen naar zelfstandigheid heeft gezet. Bovendien heeft eiser met de overgelegde documenten niet onderbouwd dat zijn ouders hem financieel ondersteunen. Uit de documenten van 2022 en 2023 blijkt enkel dat de zus van eiser geld heeft overgemaakt vanuit Saoedi-Arabië. De minister mocht de enkele verklaring van eiser, dat dit geld in feite afkomstig was van zijn ouders omdat zij na hun vertrek uit Saoedi-Arabië geen toegang meer hadden tot hun bankrekeningen, onvoldoende vinden om aan te nemen dat het geld daadwerkelijk afkomstig is van de ouders. Daarbij is ook van belang dat de ouders van eiser geen bankafschriften of andere financiële documenten hebben overgelegd, waaruit blijkt dat zij vanuit Nederland geld hebben overgemaakt naar eiser. Uit de transacties via iDEAL van 13 augustus 2024, 13 oktober 2024 en 21 november 2025 blijkt immers wel dat eiser de ontvanger is, maar niet van wie het geld afkomstig is.
Bijkomende elementen van afhankelijkheid
11. Eiser voert aan dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Hij is namelijk financieel afhankelijk is van zijn ouders. Eiser wijst hiertoe op transacties van 2022 en 2023 (via STC Pay) en 2024 (via iDEAL). Ook is sprake van medische afhankelijkheid vanwege de gezondheidssituatie van zijn ouders. Volgens eiser blijkt uit de overgelegde medische documenten en de verslagen van MENS Dichtbij dat zijn ouders veel gezondheidsproblemen hebben en afhankelijk zijn van zijn steun en verzorging, omdat zijn broer de zorgtaken blijvend op zich kan nemen. Verder is het tegenstrijdig dat de minister enerzijds (bij het jongvolwassenenbeleid) stelt dat eiser zelfstandig het huishouden kan doen omdat hij exclusief voor zijn vader zorgt, en anderzijds (bij bijkomende elementen van afhankelijkheid) dat zijn vader niet exclusief afhankelijk is van eiser, omdat zijn broer en moeder ook helpen met de zorg voor zijn vader. Ook heeft de minister de emotionele afhankelijkheid niet inzichtelijk bij de beoordeling betrokken. Eiser heeft door de scheiding van zijn ouders psychische problemen, en zijn ouders hebben een kamer voor hem ingericht. Eiser verwijst naar de tussenuitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 25 september 2024, r.o. 7.4 en 7.5.5
12. De rechtbank oordeelt dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Zoals in r.o. 10.2 is toegelicht, blijkt uit de documenten die eiser heeft overgelegd niet dat hij financieel afhankelijk is van zijn ouders. Verder is niet in geschil dat de ouders van eiser hulpbehoevend zijn en op dit moment zorg ontvangen van de broer van eiser in Nederland. Uit de verslagen van MENS Dichtbij van 24 oktober 2024 en 21 november 2024 blijkt dat aan de moeder van eiser een maatwerkvoorziening is toegekend in de vorm van huishoudelijke ondersteuning (120 minuten per week) en een scootmobiel. Daarin is ook opgemerkt dat de zoon in Nederland bepaalde taken niet structureel kan blijven verrichten. Uit deze documenten kan echter niet worden afgeleid dat de ouders van eiser (exclusief) afhankelijk zijn van door eiser te verlenen zorg. Dat de broer van eiser minder verantwoordelijkheid wenst te dragen en dat de ouders van eiser willen dat eiser zijn zorgtaken overneemt, is onvoldoende. De feitelijke situatie die uit de documenten blijkt, is namelijk dat de zorg op dit moment kan worden verleend door de broer van eiser, met daarnaast aanvullende hulp. Ook is niet gebleken dat, als de broer de zorg niet of minder op zich kan nemen, er geen alternatieven zijn. De minister heeft in dit verband op de zitting terecht gewezen op de arresten Martinez Alvaradot. Nederland6 en Senchishak t. Finland7 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waaruit blijkt dat de aanwezigheid van familieleden en faciliteiten die de zorg kunnen bieden, relevant is bij de beoordeling of er sprake is van familie- en gezinsleven. Verder volgt de rechtbank eiser niet in zijn betoog dat het standpunt van de minister tegenstrijdig is. De minister is uitgegaan van de juiste feiten (dat eiser weliswaar enige tijd alleen voor zijn vader in Egypte heeft gezorgd, maar dat dit nu ook door anderen wordt gedaan) en heeft die op de juiste manier betrokken. Verder is in het bestreden besluit (p. 9) ingegaan op de emotionele afhankelijkheid. De minister miskent niet dat er tussen eiser en zijn ouders sprake is van een emotionele band. Dat zij elkaar missen en emotionele steun van elkaar nodig hebben, maakt echter niet dat hun band zo bijzonder is dat sprake is van een overstijgende, bijzondere band. De rechtbank kan deze toelichting volgen. Verder heeft eiser zijn gestelde psychische problemen niet onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
13. Gelet op wat hiervoor is overwogen heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM.

5.ECLI:NL:RBDHA:2024:15676.

6 Arrest van 10 december 2024, zaaknummer 4470/21, punt 50.
7 Arrest van 18 november 2014, zaaknummer 5049/12, punt 57.
14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van de mvv-aanvraag in stand blijft.
Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 december 2025
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.