ECLI:NL:RBDHA:2025:27155
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar kosten wegslepen en vernietigen boot bevestigd
Eiser was eigenaar van een woonboot en een kleinere boot die in gebrekkige staat verkeerde. Verweerder legde een last onder bestuursdwang op en verwijderde de boot, waarna eiser de kosten moest betalen. Eiser diende bezwaar in, maar te laat. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
Eiser voerde aan dat hij zijn BRP-adres niet kon wijzigen vanwege eigendom van de woonboot en detentie, en dat verweerder de post had kunnen sturen naar de penitentiaire inrichting. Ook stelde hij dat verweerder geen individuele belangenafweging had gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat eiser verantwoordelijk was voor het tijdig doorgeven van adreswijzigingen en het treffen van postverzorging. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Een belangenafweging was niet mogelijk na vaststelling van niet-tijdige indiening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het griffierecht en proceskosten af, en gaf geen voorlopig oordeel over een lopende herzieningsprocedure. Het vonnis werd uitgesproken op 26 november 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens niet-tijdige indiening.