ECLI:NL:RBDHA:2025:26202
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Marokko
Verweerder heeft op 21 september 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 16 november 2025, na eerdere toetsing. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend was in het uitzettingsproces, met name door vermeende nalatigheid in het delen van essentiële documenten met de Marokkaanse autoriteiten. Verweerder toonde aan dat hij op 27 november 2025 rappelleerde en op 2 december 2025 een vertrekgesprek voerde, wat de rechtbank voldoende achtte.
Eiser voerde aan dat zicht op uitzetting ontbreekt omdat de Marokkaanse autoriteiten nog geen laissez-passer hadden afgegeven, ondanks dat eiser in het Marokkaanse registratiesysteem staat. De rechtbank oordeelde dat de verstreken tijd sinds de aanvraag te kort is om te concluderen dat zicht op uitzetting ontbreekt en dat het lp-traject doorgaans maanden duurt.
De rechtbank voerde tevens een ambtshalve toetsing uit, waarbij geen strijd met het non-refoulementbeginsel of het belang van het gezin werd vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.