ECLI:NL:RBDHA:2025:26202
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing van de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring in het bestuursrechtelijke kader van vreemdelingenrecht
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 30 december 2025 uitspraak gedaan in een procedure over de maatregel van bewaring van een vreemdeling, eiser, die in bewaring is gesteld op 21 september 2025. De maatregel is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 23 december 2025 zonder zitting. De rechtbank heeft overwogen dat de maatregel van bewaring eerder is getoetst en rechtmatig is bevonden tot het sluiten van het onderzoek op 16 november 2025. Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt aan zijn uitzetting en dat er geen zicht op uitzetting is. De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat er geen grond is om te concluderen dat zicht op uitzetting ontbreekt. De rechtbank heeft ambtshalve de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring getoetst en geen onrechtmatigheid vastgesteld. Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen. De uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.