ECLI:NL:RBDHA:2025:26152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning bij echtgenoot wegens ontbreken vrijstelling mvv-vereiste
Eiseres, een Turkse onderdaan, en haar dochter vroegen een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij haar echtgenoot in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikten over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van het mvv-vereiste konden aantonen. Eiseres stelde dat zij slachtoffer was van de aardbeving in Oost-Turkije en daarom niet in Turkije kon verblijven om de mvv-aanvraag af te wachten.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat zij daadwerkelijk uit het aardbevingsgebied afkomstig was en dat zij geen verblijfplaats meer had in Turkije. Ook werd meegewogen dat zij nog zes maanden na de aardbeving in Turkije verbleef. De rechtbank verwierp het beroep op het Turks associatierecht en het gelijkheidsbeginsel, omdat de eerdere coulanceregeling voor aardbevingsslachtoffers al was beëindigd toen eiseres haar aanvraag indiende.
Verder concludeerde de rechtbank dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro en artikel 17 van Pro de Gezinsherenigingsrichtlijn zorgvuldig was gemaakt en dat het besluit geen onrechtmatige inbreuk op het gezinsleven opleverde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning bij echtgenoot wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van vrijstelling mvv-vereiste en onvoldoende onderbouwing bijzondere omstandigheden.