Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 24 december 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De eiser, een Poolse vreemdeling, had op 11 december 2025 een maatregel van bewaring opgelegd gekregen op grond van artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft het beroep op 22 december 2025 behandeld, waarbij de eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk aanwezig was. De minister was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister de maatregel van bewaring had opgelegd omdat er een risico bestond dat de eiser zich aan het toezicht zou onttrekken. De eiser betwistte de gronden voor de maatregel en voerde aan dat hij slechts enkele uren in Nederland was om zijn spullen op te halen en dat er lichter middelen beschikbaar waren dan bewaring.
De rechtbank heeft de argumenten van de eiser beoordeeld en geconcludeerd dat de zware gronden voor de maatregel van bewaring voldoende gemotiveerd waren. De rechtbank oordeelde dat de eiser niet had aangetoond dat hij rechtmatig verblijf had in Nederland en dat hij niet over voldoende middelen beschikte om zijn terugreis te bekostigen. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom niet was volstaan met een lichter middel dan bewaring. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak is openbaar gemaakt op 24 december 2025.