ECLI:NL:RBDHA:2025:25424
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor arbeid wegens ontbreken tewerkstellingsvergunning
Eiser, een langdurig ingezeten derdelander uit Nigeria met een verblijfsstatus in Italië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid in loondienst in Nederland. De minister wees deze aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een tewerkstellingsvergunning (twv) en niet ten minste een jaar een verblijfsvergunning had in Nederland.
Eiser voerde aan dat het eisen van een twv onrechtmatig was, omdat hij als langdurig ingezetene van Italië het recht zou hebben om zich vrij te vestigen en te werken zonder aanvullende vergunningen. Hij stelde dat het twv-vereiste in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel, het Unierecht en het gelijkheidsbeginsel, en dat er sprake was van een vicieuze cirkel in het vergunningenstelsel.
De rechtbank oordeelde dat het twv-vereiste niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, mede gelet op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser heeft onvoldoende concreet gemaakt waarom zijn individuele omstandigheden een afwijking van deze regel rechtvaardigen. Ook is het twv-vereiste niet strijdig met het Unierecht, aangezien eiser geen EU-burger is en geen beroep kan doen op het recht op vrij verkeer. Ten slotte is het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing zolang eiser geen verblijfsvergunning in Nederland heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiser hoeft geen griffierecht te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier voor arbeid wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning.