ECLI:NL:RBDHA:2024:3726
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning arbeid in loondienst langdurig ingezetene
Eiseres, een Marokkaanse langdurig ingezetene van Spanje, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning onder de beperking arbeid in loondienst. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een verblijfsvergunning van ten minste één jaar en geen tewerkstellingsvergunning (TWV) had overgelegd.
Eiseres voerde in beroep aan dat zij langer dan één jaar rechtmatig verblijf had omdat zij bezwaar en beroep had ingesteld tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning. Zij stelde ook dat verweerder niet had gemotiveerd waarom strengere arbeidsmarktregels voor haar gelden en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht betekende dat het verblijf van eiseres niet één jaar legaal was geweest. Procedureel rechtmatig verblijf in afwachting van bezwaar of beroep geeft geen toegang tot de arbeidsmarkt. De rechtbank verwierp de stelling dat de regeling voor Turkse werknemers ook op eiseres van toepassing is en oordeelde dat de TWV-vereiste niet onevenredig is, gelet op artikel 14 van Pro de Richtlijn.
De rechtbank stelde vast dat de hoorplicht niet was geschonden omdat verweerder op voorhand mocht afzien van het horen gezien de gronden van bezwaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning arbeid in loondienst wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.