ECLI:NL:RBDHA:2025:2537
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Verweerder heeft op 13 november 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel duurt voort en verweerder heeft de rechtbank op 10 februari 2025 hiervan in kennis gesteld, wat gelijkstaat aan een door eiser ingesteld beroep.
De rechtbank heeft de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel beoordeeld vanaf 2 december 2024, het moment na de eerdere uitspraak waarin de maatregel tot dan toe rechtmatig werd bevonden. De rechtbank concludeert dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven om het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten.
Uit voortgangsrapportages blijkt dat verweerder actief contact heeft gehad met de Marokkaanse autoriteiten en vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd. Eiser heeft echter nagelaten actief mee te werken aan het verkrijgen van documenten ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit, wat zijn uitzetting belemmert.
Gelet op deze feiten en de ambtshalve toetsing acht de rechtbank het voortduren van de maatregel van bewaring gerechtvaardigd en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.