ECLI:NL:RBDHA:2025:25110
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken mvv-vereiste voor Turkse onderdaan
Eiser, een Turkse onderdaan, diende op 21 december 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige. De minister wees deze aanvraag af op 14 juni 2023 omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet van dit vereiste werd vrijgesteld. Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing werd bij besluit van 7 mei 2024 eveneens ongegrond verklaard.
Eiser stelde in zijn beroep dat het toepassen van het mvv-vereiste in strijd is met het Turks associatierecht. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats, waarin het beroep tegen het mvv-vereiste bij Turkse onderdanen ongegrond werd verklaard. Ook de gronden van eiser waren identiek aan eerdere zaken waarin geen aanleiding werd gezien om af te wijken van deze jurisprudentie.
De rechtbank besloot daarom het beroep ongegrond te verklaren, het griffierecht niet terug te geven en geen proceskosten toe te kennen. De uitspraak werd gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas en griffier F. Metz op 23 december 2025. De mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd aan partijen meegedeeld.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard.