Eiser heeft op 13 december 2022 een aanvraag ingediend voor de energietoeslag 2022, waarbij hij een maandelijks inkomen van €1.503,- heeft opgegeven en heeft aangegeven dat hij samenwoont met zijn studerende zoon en zijn echtgenote en dochter in Marokko onderhoudt. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat het inkomen van eiser 130% boven het sociaal minimum lag.
Eiser stelde dat hij als gezin moest worden aangemerkt en dat de hardheidsclausule van toepassing zou moeten zijn omdat hij in het levensonderhoud van zijn vrouw en dochter voorziet. De rechtbank oordeelt dat eiser geen recht heeft op de toeslag omdat hij niet heeft aangetoond dat er betalingen zijn gedaan aan zijn gezin in Marokko en dat de bankafschriften geen toezeggingen inhielden die een redelijke verwachting schepten.
De rechtbank concludeert dat de beleidsregels correct zijn toegepast en dat er geen sprake is van onbillijkheid van overwegende aard. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.