ECLI:NL:RBDHA:2025:24852
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige door Turkse staatsburger
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Den Haag het beroep van eiser, een Turkse staatsburger, tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Eiser had op 28 juli 2024 een aanvraag ingediend, maar deze werd afgewezen omdat hij niet over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) beschikte. Eiser had eerder ook aanvragen gedaan voor een verblijfsvergunning als kennismigrant, maar deze waren niet succesvol. De rechtbank behandelt het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser, dat werd ingediend op 4 oktober 2024. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de aanvraag terecht is, omdat eiser geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die hem vrijstellen van het mvv-vereiste. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, aangezien er inmiddels uitspraak is gedaan in het beroep. Eiser krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.