5.3.1.De persoon van de verdachte
De verdachte heeft meegewerkt aan het onderzoek door het PBC. De verdachte is tien weken ter observatie opgenomen geweest in het PBC – langer dan de gebruikelijke zes weken – en is aldaar onderzocht door een psychiater, een psycholoog, en een klinisch neuropsycholoog. Onderdeel van het onderzoek was voorts een zogenoemd forensisch milieuonderzoek waarbij ook (medische) informatie uit het verleden is opgevraagd en diverse referenten en overige bronnen zijn geraadpleegd, zoals de moeder en (half)broers van de verdachte, de basisschool, de middelbare school, de politie en de coach van de verdachte. De zussen van de verdachte hebben niet willen meewerken aan het onderzoek.
Beknopte levensloop
Uit het onderzoek komt het beeld naar voren dat de verdachte een bewogen jeugd heeft gehad, dat zijn vader en moeder geen goed huwelijk hadden en dat zijn vader overleed toen de verdachte nog maar tien jaar oud was. Het overlijden van verdachtes vader had een grote impact op het gezinsleven. Verdachtes moeder had moeite zichzelf staande te houden, sprak onvoldoende Nederlands en kon de zorg voor de kinderen en het huishouden niet aan. Diverse hulpverleningsinstanties zijn betrokken geweest bij het gezin, dat bestond uit de verdachte, zijn moeder, één jongere broer en twee oudere zussen. De verdachte behaalde zijn vmbo-kader-basis diploma in 2019, toen hij zeventien jaar oud was. Daarna begon de verdachte aan een mbo-opleiding, maar deze was te moeilijk voor hem, waardoor hij zijn motivatie verloor en ging spijbelen. De verdachte ging middelen gebruiken en gokken. Verdachtes moeder zag hoe de verdachte veranderde van een kind dat vrijwel nooit boos was naar een jongen die het niet goed kon verdragen wanneer hij iets niet mocht of kreeg.
Uit politiemutaties komt naar voren dat de verdachte in die tijd in toenemende mate geweld gebruikte tegen zijn gezinsleden, onder wie zijn moeder en zussen. Diverse instanties als Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming waren betrokken bij het gezin. De verdachte, die lachgas gebruikte en wiet rookte, kreeg in die tijd last van zijn eerste hallucinaties. De verdachte werd achterdochtig, ook naar zijn toenmalige vriendin en haar familie.
Toen de verdachte in 2020 opnieuw aan een mbo-opleiding wilde beginnen, liep dit om verschillende redenen al mis voordat de verdachte hier goed en wel aan begonnen was. Er was veel schoolverzuim. Ook waren er diverse incidenten buiten schooltijd. Opnieuw werd gezien dat de verdachte achterdochtig was en hallucineerde.
In augustus 2021 beëindigde de verdachte zijn opleiding voortijdig. Om een nieuwe, andere opleiding te bekostigen, ging de verdachte werken, eerst in een zuivelfabriek, later in een shampoofabriek. De verdachte stopte hiermee. De verdachte kreeg last van stemmen en zag vreemde dingen. De verdachte kon zijn rekeningen niet meer betalen en de aanvraag voor een uitkering verliep traag.
Verdachtes moeder zag dat de verdachte steeds vaker niet zichzelf was. De verdachte kon heel boos worden als hij zijn zin niet kreeg, bijvoorbeeld als hij geld nodig had. De verdachte ging (weer) fysiek geweld gebruiken, zoals het slaan van een gat in de muur. De politie werd hierbij betrokken, maar verdachtes moeder wilde geen aangifte doen. De verdachte betuigde spijt en stemde in met de plaatsing in een fasehuis voor (onder andere) jongeren met psychosociale problemen, maar zover kwam het niet. Verdachtes moeder zag dat de verdachte, die nooit serieus bezig was met het geloof, nu ineens ging bidden op een vreemde manier, ‘om rust te krijgen’. In de periode daarna verdiepte hij zich in toenemende mate in de islam, ging vijf keer per dag bidden en ging drie tot vijf keer per dag naar de moskee. Onderzoek door de reclassering naar radicalisering leverde niets op.
Vreemd en gewelddadig gedrag (bos in Otterloo)
Op 28 januari 2022 werd de verdachte aangehouden in het bos in Otterloo. De verdachte was hier naartoe gelopen (22 kilometer van huis) om te bidden. De verdachte ging hierbij gekleed in een zwart gewaad. Hij liep buiten het toegestane gebied en werd hierop aangesproken door de boswachter. De verdachte werd boos en er ontstond een worsteling. De verdachte riep iets in het Arabisch en maakte een verwarde indruk. Nadat hij zich had verzet tegen zijn aanhouding, waaraan een politiehond te pas moest komen, werd de verdachte meegenomen naar het politiebureau. Daar was hij slecht aanspreekbaar, en zei dat hij bezig was met een heilige missie. De gillende, vechtende en bijtende verdachte moest bij zijn voorgeleiding door zes agenten worden gefixeerd, bevuilde zijn cel en trok het schuim van de celdeur. De verdachte werd na drie dagen naar huis gestuurd: de crisisdienst zag geen reden voor een gedwongen opname. Toen de verdachte op 1 februari 2022 bij zijn moeder op de stoep stond, was hij zichzelf niet en keek hij raar uit zijn ogen, aldus zijn moeder, die niet begreep waarom de verdachte niet werd vastgehouden of naar de geestelijke gezondheidszorg was gebracht.
Geweld naar moeder en veroordeling terbeschikkingstelling met voorwaarden
In de ochtend van 3 februari 2022 trok de verdachte zijn jas en schoenen aan en ging naar buiten. Vervolgens kwam de verdachte weer naar binnen. Daar deed hij zijn schoenen en jas eerst uit en daarna weer aan en ging hij opnieuw naar buiten. De verdachte herhaalde deze handelingen veelvuldig. De verdachte bleef heen en weer lopen in de woning. Hij sprak onbegrijpelijk en kwam opeens met een mes op zijn moeder af en probeerde haar de keel door te snijden, terwijl hij ‘Allahoe akbar’ riep en zijn moeder satan noemde. Ondanks haar schreeuwen ‘niet doen, ik ben je moeder’, raakte zij gewond aan haar hals en handen.
De verdachte werd aangehouden en vervolgd voor (onder andere) poging tot doodslag op zijn moeder. Vanwege zijn onberekenbare gedrag en plotselinge agressieve uitbraken werd hij op een afdeling van het Penitentiair Psychiatrisch Centrum binnen de Penitentiaire Inrichting [plaats 1] geplaatst. Daar ontwikkelde hij een katatoon beeld (een uiting van een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld), uitte hij zich in Arabische teksten en deed hij onnavolgbare uitspraken over de duivel. Nadat hij werd behandeld met dwangmedicatie knapte de verdachte op en verdwenen de radiale gedachten.
Er werd Pro-Justitia-onderzoek verricht door een psychiater en een psycholoog. In hun rapporten (van mei 2022) werd geadviseerd om het tenlastegelegde in het geheel niet aan de verdachte toe te rekenen en de verdachte terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden op te leggen.
De rechtbank volgde de adviezen van de psychiater en de psycholoog en oordeelde dat de gepleegde feiten geheel niet aan de verdachte waren toe te rekenen. Op 27 september 2022 kreeg de verdachte tbs met voorwaarden opgelegd voor de duur van twee jaar, wegens poging tot doodslag op zijn moeder door in haar hals te snijden en poging tot zware mishandeling door in haar handen te snijden op 3 februari 2022, wederspannigheid op 28 januari 2022 en vernieling van een politiecel op 30 januari 2022.
Verblijf in forensische kliniek [instelling 2] (augustus 2022)
In augustus 2022 werd de verdachte, in het kader van zijn voorlopige hechtenis en vooruitlopend op het hiervoor genoemde vonnis, opgenomen in de forensische kliniek [instelling 2] . In een voortgangsverslag van 13 december 2022 schrijft de reclassering dat de verdachte, die nog steeds bij [instelling 2] verbleef, medicatie gebruikte om een nieuwe psychose te voorkomen. De verdachte zou goed meewerken aan behandeling en inmiddels stabiel functioneren, al kwam hij passief over. Er werd gestart met begeleid verlof bij verdachtes moeder.
In maart 2023 wilde de verdachte net als zijn moeder deelnemen aan de ramadan. Moeder had niet het idee dat de verdachte met religie bezig was. Toen de verdachte meedeed aan de ramadan, nam hij zijn medicatie een paar dagen niet op vaste tijden in. Zijn gedrag veranderde. Op 25 maart 2023 vertrok de verdachte op onbegeleid verlof naar zijn moeder, maar nam hij de trein naar Winterswijk en liep hij naar Duitsland, omdat hij stemmen hoorde die zeiden dat hij moest vluchten. De politie wist de verdachte met hulp van [instelling 2] en zijn moeder weer naar de kliniek te laten terugkeren. De verdachte stopte met deelname aan de ramadan en nam zijn medicatie weer in zoals voorheen.
Beschermd wonen in [instelling 1] te [plaats 2] (juli 2023 – 2024)
In juli 2023 is de verdachte naar een locatie van beschermd wonen van [instelling 1] in [plaats 2] verhuisd. De verdachte kon zich vanaf dat moment weer vrij bewegen. De verdachte gedroeg zich aanvankelijk voorbeeldig volgens zijn begeleider. De verdachte nam dagelijks zijn medicatie (om 18.00 uur) en zorgde dat hij op tijd terug was. De verdachte gebruikte geen middelen. Hij bleef aanvankelijk onder behandeling van [instelling 2] . De Waag zou deze behandeling overnemen. In augustus 2023 vertelde de verdachte dat hij online blackjack had gespeeld. De verdachte had hierdoor schulden gemaakt. Het gokken zou worden meegenomen in de overdracht naar De Waag.
De verdachte had sinds eind maart 2023 geen stemmen meer gehoord. Hij had twijfels over de juistheid van de diagnose schizofrenie en de medicatie, en vroeg in het eerste contact met De Waag om afbouw van de medicatie. Uit een voorgangsverslag komt naar voren dat de verdachte in december 2023 medicatie gebruikte en gemotiveerd gebruikmaakte van de begeleiding door [instelling 1] .
Vanaf januari 2024 ontving de verdachte zijn medicatie niet meer dagelijks in de vorm van een tablet, maar wekelijks als depot. Verdachtes moeder vertelde dat hij niet meer om 18.00 uur thuis hoefde te zijn voor zijn medicatie en vaak tot diep in de nacht op pad was en weer ontregelde.
In maart 2024 werd de verdachte door de politie gecontroleerd. De verdachte was in het gezelschap van een man die de politie kende van drugsgerelateerde feiten. De verdachte vertelde dat hij via bewoners bij [instelling 1] voor het eerst cocaïne had gebruikt. Vanaf die tijd ging de verdachte regelmatig cannabis en cocaïne gebruiken. De verdachte kwam bij herhaling te laat op afspraken bij De Waag. Hij twijfelde wederom aan de diagnose en vond de opgelegde tbs-maatregel te zwaar.
In april 2024 werd de dosering anti-psychotische medicatie verlaagd vanwege bijwerkingen.
In juni 2024 adviseerde de psychiater om de tbs met een jaar te verlengen.
Vanaf half juli draaide de verdachte zijn dag- en nachtritme om en was hij veel weg van [instelling 1] . Inmiddels had de verdachte een relatie gekregen met [naam 2] , die hij had leren kennen via Snapchat. De verdachte maakte op haar de indruk van een lieve, positieve man die nooit boos was. Voor zover zij wist, was hij nooit dronken en gebruikte hij geen drugs. Ze noemde hem een ‘verkaasde Marokkaan’ die geen varkensvlees lustte, van een christelijke school kwam en het nooit over religie had. Ze zagen elkaar wekelijks, voor het laatst op 5 september 2024. [naam 3] , de jongere broer van de verdachte, zocht de verdachte vaak op. Ze hadden goed contact. De verdachte maakte op hem niet de indruk dat hij bezig was met religie of onverdraagzaam was naar andere mensen. Wel merkte hij dat de verdachte weer middelen gebruikte sinds begin 2024 en dat de verdachte klaagde over hoofdpijn en soms pardoes ging zitten en staarde. De verdachte heeft hierover verklaard dat hij ‘oogbolletjes’ zag. Om de risico’s van middelengebruik beter te begrijpen, werd de verdachte aangemeld bij [zorgverlener] , maar de verdachte kwam de afspraken niet na.
In augustus 2024 werd de verdachte aangehouden op verdenking van de verkoop van nepdrugs. In een voortgangsverslag van 16 september 2024 van De Waag staat dat de verdachte het over het algemeen goed deed en dat het hem lukte om werk en studie vol te houden, maar dat het middelengebruik en het niet verschijnen op afspraken zorgen baarden. De verdachte bracht opnieuw twijfels met betrekking tot zijn diagnose en medicatie naar voren.
Op 19 september 2024 werd de verdachte aangehouden.
5.3.2.Psychische stoornis
De deskundigen komen tot de conclusie dat de verdachte al jaren lijdt aan schizofrenie. Deze schizofrenie kenmerkt zich bij de verdachte door een aantal symptomen, te weten: auditieve hallucinaties in de vorm van het horen van stemmen die tegen hem praten en hem opdrachten geven, visuele hallucinaties, zoals het zien van oogballen en opengaande wolken, en smaak- en reukhallucinaties. De verdachte heeft daarnaast paranoïde en betrekkingswanen, bizarre en religieus gekleurde wanen, die gepaard gaan met doodsangst, fragmentatie en verwarring. Deze kenmerken van schizofrenie manifesteren zich ondanks dat de verdachte in de afgelopen jaren een stabiele dosering medicatie gebruikte.
Zoals hiervoor besproken, kreeg de verdachte in 2019 – rond zijn achttiende – de eerste klachten op dat gebied en deze zijn nooit geheel verdwenen. Geconcludeerd wordt dat de verdachte – ondanks dat hij al jaren medicatie krijgt – feitelijk al jaren onderbehandeld is, waardoor hij vermoedelijk nooit psychosevrij is geweest. De verdachte is hierdoor steeds kwetsbaar voor verdergaande ontregeling, ook als hij de maximale dosis van het voorgeschreven antipsychoticum aripiprazol gebruikt. Dit werd ook waargenomen in zijn huidige detentie in het PPC en tijdens de observatie in het PBC. Door innerlijke en externe stressfactoren kan de verdachte snel ontregelen.
De verdachte heeft vanaf jonge leeftijd in vergaande mate geleerd om het niet te laten zien als hij zich slecht voelt. De deskundigen hebben dit op de terechtzitting als een opvallende karaktertrek van de verdachte benoemd. Terwijl stress en frustratie bij de verdachte worden opgebouwd in zijn binnenwereld ten gevolge van dagelijkse prikkels die hij ervaart, blijft hij naar de buitenwereld kalm en beheerst overkomen – totdat het moment komt dat hij de opgebouwde stress niet langer kan verbergen. Dan kan de verdachte opeens psychotische uitspraken doen en angstig of wanhopig zijn. Al snel na een dergelijke uitbarsting kan de verdachte weer redelijk normaal gedrag laten zien. Als de psychose echter nog verder toeneemt, krijgt de verdachte het idee, de gedachte dan wel de overtuiging dat iedereen en alles met elkaar verbonden is en dat anderen tegen hem samenspannen. In de meest ernstige fase van de psychose verliest de verdachte de realiteit vergaand uit het oog, wordt zijn denken vrijwel volledig bepaald door zijn verwarrende, angstige en psychotische binnenwereld en gaat hij zich extreem bezighouden met religie, vermoedelijk als houvast.
De verdachte heeft dit op de terechtzitting beaamd, in die zin dat hij steun zoekt in zijn geloof als hij zich niet goed voelt. De verdachte kan zich echter niet herinneren dat hij hierin doorslaat en zegt geen of nauwelijks herinnering te hebben aan het bewezenverklaarde en de aanloop hiernaartoe. Hij verklaart niet te begrijpen waarom hij dit zou hebben gedaan.
5.3.4.Invloed psychische stoornis op gedragskeuzes (doorwerking)
Zoals hiervoor besproken, heeft de verdachte verklaard zich niet of nauwelijks te herinneren wat er op 19 september 2024 is gebeurd. De deskundigen hebben opgemerkt dat de verdachte zich eerdere incidenten waarbij hij floride psychotisch was, ook niet kon herinneren en dat dit vaker voorkomt bij mensen die een ernstige psychose hebben doorgemaakt. Dit gebrek aan herinnering heeft het onderzoek tijdens de observatieperiode in het PBC bemoeilijkt, in die zin dat de deskundigen wel kunnen concluderen dat er bij de verdachte ten tijde van het gebeurde sprake was van een floride psychose, maar dat het niet lukte om dichtbij de beleving van de verdachte te komen. Ook het referentenonderzoek was enigszins gemankeerd, omdat de referenten niet veel kunnen zeggen over de uitspraken of het gedrag van de verdachte in aanloop naar het gebeurde. Daarbij dient opnieuw genoemd te worden dat de verdachte voor de buitenwereld bijzonder goed verborgen kan houden wat er in hem omgaat.
Duidelijk is echter geworden bij de onderzoekers dat de verdachte in aanloop naar het gebeurde op 19 september 2024 steeds meer ontregelde. De verdachte hield zich minder goed aan afspraken, gebruikte in toenemende mate middelen, vertoonde meer antisociaal gedrag en weerstand tegen de eerdere diagnose en ging zich online steeds meer met religie bezighouden. Bovendien was de dosering van zijn medicatie een aantal maanden voor het gebeurde verlaagd. Dit terwijl de maximale dosering met terugwerkende kracht bezien al te laag was.
De onderzoekers zien veel aanwijzingen dat er bij de verdachte sprake was van een toenemende psychotische ontregeling en dat de verdachte direct na het gebeurde ernstig psychisch ontregeld moet zijn geweest, gelet op bepaalde (extremistische) uitspraken die hij deed tijdens het verhoor. Deze ernstige ontregeling is pas verminderd nadat hij op 24 september 2024 zijn antipsychotische medicatie (in depot) kreeg toegediend.
De deskundigen zien alles overwegend en ondanks de hiervoor genoemde factoren die het onderzoek hebben bemoeilijkt veel aanwijzingen voor een stoornis-specifieke doorwerking in het tenlastegelegde. De deskundigen gaan ervan uit dat de psychose heeft doorgewerkt in de handelings- en keuzevrijheid van de verdachte, maar dat de mate waarin dit gebeurde niet geheel kan worden vastgesteld. De deskundigen komen gelet hierop tot het advies het bewezenverklaarde in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen bij hantering van de zogeheten driepuntsschaal (toerekenen - verminderd toerekenen - niet toerekenen). Op de terechtzitting hebben de deskundigen op verzoek van de rechtbank verklaard welk advies zij zouden hebben gegeven bij hantering van de zogeheten vijfpuntsschaal. Het advies zou dan luiden: ‘in ieder geval sterk verminderd toerekeningsvatbaar’. Daarbij hebben zij opgemerkt dat niet is uit te sluiten dat de verdachte geheel ontoerekeningsvatbaar dient te worden geacht, maar dat dit vanwege de genoemde factoren die het onderzoek bemoeilijkten ook niet kan worden vastgesteld.