ECLI:NL:RBDHA:2025:24337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering zorgtoeslag en Woo-verzoek zonder toewijzing hardheidsclausule
Eiseres maakte bezwaar tegen de definitieve berekening en terugvordering van haar zorgtoeslag over 2022, nadat verweerder op basis van inkomensgegevens uit de Basisregistratie Inkomensgegevens (BRI) de toegekende toeslag had herzien en teruggevorderd. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de BRI-gegevens en dat de terugvordering wettelijk is toegestaan zonder dat bijzondere omstandigheden tot matiging leiden.
Eiseres stelde dat het evenredigheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en motiveringsbeginsel waren geschonden en deed een beroep op de hardheidsclausule. De rechtbank constateerde een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, maar dit werd hersteld door nadere toelichting in het verweerschrift. Het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat het een gesloten stelsel betreft en verweerder niet bevoegd is hiervan af te wijken.
Daarnaast vorderde eiseres een dwangsom wegens te late beslissing op haar Woo-verzoek. De rechtbank stelde vast dat verweerder uiteindelijk wel tijdig heeft beslist, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk is. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten voor reis- en verletkosten van eiseres. Het beroep werd verder ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de terugvordering van zorgtoeslag terecht en wijst het beroep op de hardheidsclausule en het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek af.