ECLI:NL:RBDHA:2025:24314
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van een Woo-verzoek en de gevolgen van niet tijdig beslissen door de staatssecretaris van Financiën
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 19 december 2025, wordt het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris van Financiën op haar verzoek om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo) beoordeeld. Eiseres had op 26 juli 2024 een Woo-verzoek ingediend bij de Belastingdienst, waarin zij vroeg om openbaarmaking van documenten die leidden tot de vaststelling van haar aanslag inkomstenbelasting 2022. Het primaire besluit van 29 augustus 2024, waarin het verzoek werd afgewezen op basis van de geheimhoudingsplicht uit artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), leidde tot een reeks van ingebrekestellingen door eiseres. De rechtbank concludeert dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij een beoordeling van haar beroep, omdat verweerder inmiddels op het Woo-verzoek had beslist. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was, aangezien de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank benadrukt dat de dwangsomregeling van artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet van toepassing is op besluiten op grond van de Woo. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding, maar verweerder heeft toegezegd het griffierecht te vergoeden.