4.2.Na heroverweging in bezwaar heeft het college het primaire besluit herroepen, omdat daarin niet concreet was gemaakt welke dwangsom was vastgesteld per overtreding. Met het bestreden besluit heeft het college eiseres gelast om dezelfde overtredingen te beëindigen en beëindigd te houden onder vaststelling van een dwangsom per activiteit. Het college heeft zeven lasten opgelegd. Eiseres moet vóór 31 mei 2024 aan de lasten voldoen. Eiseres kan de overtredingen beëindigen door:
1. Het illegaal geplaatste hekwerk (erfafscheiding) binnen de bestemming “Groen” te verwijderen en verwijderd te houden;
2. Het terugplaatsen van het met opgaande beplanting beklede ijzeren raster, vergelijkbaar met de originele afscheiding die daar tot 2018 heeft gestaan, op de oude locatie zoals de afscheiding tot 2018 ook heeft gestaan;
3. De aangebrachte verharding op gronden met de bestemming “Groen” voor bedrijfsmatig gebruik te verwijderen en verwijderd te houden en de gronden terug te brengen passend binnen de bestemming “Groen”, zoals gras;
4. Het bedrijfsmatig gebruik van gronden binnen de bestemmingen “Groen” en “Water” te beëindigen en beëindigd te houden en de gronden met de bestemmingen “Groen” en “Water” terug te brengen naar water en/of groen;
5. Het bedrijfsmatig gebruik van gronden binnen de bestemming “Water” te beëindigen en beëindigd te houden en de gronden met de bestemming en “Water” terug te brengen naar water;
6. De opslag van (bouw)materialen, betonnen opzetters, machines en voertuigen binnen de bestemming “Groen” op en grenzend aan het perceel te verwijderen en verwijderd te houden;
7. De (pré)fabricatie van betonnen opzetters op het perceel binnen de bestemmingen “Bedrijventerrein” en “Groen” te stoppen en gestopt te houden.
In het bestreden besluit is de hoogte van de dwangsom als volgt bepaald. Indien eiseres niet aan lasten 1, 3, 4 en 5 voldoet, verbeurt zij een dwangsom van € 94.000,- ineens, bestaande uit tweemaal de kosten van € 47.000,- voor het hekwerk (last 1) en een dwangsom van
€ 40.000,- ineens, bestaande uit tweemaal de kosten van € 20.000,- voor de verharding (last 3, 4 en 5). Indien eiseres niet voldoet aan last 2, verbeurt zij een dwangsom van € 1.000,- ineens. Indien eiseres niet voldoet aan lasten 6 en 7 verbeurt zij een dwangsom van € 15.000,- ineens.