ECLI:NL:RBDHA:2025:2398
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Correctie ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na prejudiciële uitspraak
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning asiel, die door de minister is vastgesteld op 12 augustus 2022, de datum van ondertekening van het formulier M35-H. De rechtbank heeft het beroep behandeld na een schorsing vanwege prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie en een hoger beroep tegen een eerdere uitspraak.
De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 20 januari 2025, waarin is geoordeeld dat de ingangsdatum van een verblijfsvergunning asiel wordt bepaald door het moment waarop de vreemdeling in persoon ten overstaan van de autoriteiten zijn asielwens kenbaar maakt, en niet door de datum van het formeel ingediende formulier. In deze zaak heeft eiser zich op 18 juli 2022 in Ter Apel gemeld en zijn asielwens kenbaar gemaakt via een loopbrief.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte is uitgegaan van de datum van ondertekening van het formulier M35-H en stelt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel vast op 18 juli 2022. Het besluit van 31 oktober 2023 wordt vernietigd voor zover het de verkeerde ingangsdatum betreft. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van € 1.814,-. De uitspraak wordt zonder nadere zitting gedaan op basis van artikel 8:57 Awb Pro.
Uitkomst: De rechtbank stelt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel vast op 18 juli 2022 en vernietigt het besluit voor zover de ingangsdatum op 12 augustus 2022 is gesteld.