Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
residence cardnodig heeft om van overheidsinstanties gebruik te maken, is te algemeen van aard. [4] De rechtbank wijst erop dat eiser zijn asielaanvraag al op 4 februari 2024 heeft ingediend en sindsdien de gelegenheid heeft gehad zijn aanvraag met andere stukken dan een
residence cardte onderbouwen. Zo was ter zitting een gesteld familielid van eiser aanwezig, een neef of oom uit hetzelfde dorp, van wie eiser verklaringen en stukken had kunnen vragen en heeft eiser ter zitting verklaard dat hij in Eritrea met brieven van de plaatselijke autoriteiten toegang verkreeg tot onderwijs en zorg. Ook is niet gebleken dat eiser niet aan andere documenten ter onderbouwing van zijn identiteit, nationaliteit en herkomst kan komen. Verweerder hoefde ook geen taalanalyse uit te voeren, nu ook dit geen wezenlijke bijdrage kan leveren aan het vaststellen van de herkomst en nationaliteit van eiser. Uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het Tigrinya geen eenduidige dialectkenmerken kent die iemand binnen of buiten de grenzen van Eritrea kunnen plaatsen. [5] Nu de overgelegde stukken en de verklaringen van eiser niet bijdragen aan de geloofwaardigheid van zijn identiteit volgt de rechtbank eiser niet in het betoog dat verweerder zijn samenwerkingsplicht heeft geschonden door geen taalanalyse uit te voeren.