Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
de Minister van Asiel en Migratie, de minister
Procesverloop
Overwegingen
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 heeft gehouden;
4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Tevens heeft verweerder in de maatregel van bewaring overwogen dat eiser (1°) in bewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn, (2°) reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en (3°) op redelijke gronden kan worden aangenomen dat hij de aanvraag louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen.
Het lichter middel
ja gewoon normaal”. Verder heeft eiser tijdens het gehoor verklaard dat hij bij zijn vriendin in Nijmegen woont, dat zijn vrouw ziek is, dat hij voor hen (de rechtbank begrijpt: zijn vrouw en kind) moet zorgen en hij zegt verder:
“Ik wil gewoon mijn gezinsleven uitoefenen,”.
- betrokkene het kind niet heeft erkend;
- het kind bij zijn moeder verblijft;
- er slechts sprake is van een informele omgangsregeling;
- betrokkene niet daadwerkelijk belast was met zorg- en/of opvoedingstaken;
- geen financiële bijdrage leverde aan de opvoeding van zijn kind.”
“Ja gewoon normaal”.Het had hier op de weg van de minister gelegen eiser uitgebreider te bevragen over de wijze waarop het gezinsleven wordt uitgeoefend.
Betrokkene verklaarde in een zodanige afhankelijkheidsverhouding te staan tot zijn minderjarige (gestelde) kind, dat de Europese nationaliteit bezit, dat aan hem verblijfsrecht als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw 2000 moet worden verleend en dat bij een weigering om aan hem een verblijfsrecht toe te kennen, het kind gedwongen zou worden het grondgebied van de Europese Unie te verlaten.”. Dit heeft eiser niet, althans dat blijkt niet uit het dossier noch uit de aanvullende processen-verbaal, verklaard. Verder staat er dat het kind bij de moeder verblijft, wat uit geen van de stukken in het dossier volgt. De rechtbank kan daaruit hooguit afleiden dat wel wordt geloofd dat er een moeder en kind zijn, die aan eiser te relateren zijn. Ook de conclusie dat er sprake is van een informele omgangsregeling volgt niet uit het dossier.