ECLI:NL:RBDHA:2025:2341
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie heeft op 14 januari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
Eiser voerde aan dat zijn ophouding voorafgaand aan de eerdere bewaring op een onjuiste wettelijke grondslag had plaatsgevonden, namelijk artikel 50, tweede lid, in plaats van het derde lid van de Vw 2000. De rechtbank oordeelde dat deze beroepsgrond niet slaagt omdat de eerdere onrechtmatigheid geen ernstige schending van fundamentele rechten inhoudt en niet doorwerkt in de huidige maatregel.
Daarnaast betoogde eiser dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom niet volstaan kon worden met een lichter middel dan inbewaringstelling, zoals een meldplicht. De rechtbank stelde vast dat de minister zich voldoende had gemotiveerd met verwijzing naar het onttrekkingsrisico en dat de enkele toezegging van eiser niet afdoende was om dit risico weg te nemen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en wees het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.