ECLI:NL:RBDHA:2025:2338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen inbewaringstelling vreemdeling wegens onttrekkingsrisico
De minister van Asiel en Migratie heeft op 21 januari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Tijdens de zitting op 4 februari 2025 werd het beroep behandeld waarbij eiser werd bijgestaan door een waarnemer.
Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende motiveerde waarom niet met een lichter middel kon worden volstaan, mede vanwege zijn chronische oogziekte en de lange duur van de inbewaringstelling. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht uitging van het onttrekkingsrisico en dat medische omstandigheden voldoende waren meegewogen, waarbij passende medische zorg in het detentiecentrum aanwezig is.
Daarnaast stelde eiser dat de minister onvoldoende voortvarend was in de uitzetting naar Algerije. De rechtbank stelde vast dat de minister diverse uitzettingshandelingen had verricht, waaronder vertrekgesprekken en het aanvragen van een laissez-passer, en dat daarmee voldoende voortvarendheid was aangetoond.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter G.H.W. Bodt en griffier D.M. Abrahams op 10 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.