ECLI:NL:RBDHA:2025:22989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
Na een rechtsgeldige ingebrekestelling en het verstrijken van de wettelijke termijn is het beroep tijdig ingediend en gegrond verklaard. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op tot uiterlijk 6 januari 2026, rekening houdend met de mogelijkheid voor eisers om aanvullende informatie te leveren.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eisers. De uitspraak is gebaseerd op relevante wetsartikelen en eerdere jurisprudentie over beslistermijnen in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen 6 januari 2026 te beslissen onder oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.