Eiseres, een Eritrese vrouw, diende een asielaanvraag in vanwege de medische situatie van haar zoon en vrees voor problemen bij terugkeer naar Eritrea. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat de medische situatie geen grond voor vluchtelingenstatus vormt en dat de vrees voor problemen bij terugkeer onvoldoende aannemelijk was, mede omdat eiseres haar paspoort had vernietigd.
De rechtbank oordeelt dat de minister de eerste twee asielmotieven (medische situatie zoon en sociaal isolement) terecht niet als vluchtelingengrond heeft erkend. Wel is geoordeeld dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de terugkeertermijn van het uitreisvisum en de mogelijke gevolgen van overschrijding daarvan, mede vanwege tegenstrijdige en deels vertrouwelijke bronnen in het ambtsbericht van 2023.
De rechtbank stelt dat de minister zijn vergewisplicht niet heeft nageleefd door niet nader te onderzoeken of er daadwerkelijk een terugkeertermijn geldt en of er bij overschrijding sprake is van vervolging of detentie. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en krijgt de minister zes weken om een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.