Eiser, een Turkse zelfstandige, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking arbeid als zelfstandige. De minister wees deze aanvraag af vanwege onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan, waaronder een gebrek aan marktanalyse, risicoanalyse en financiële specificaties.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat de minister de hoorplicht heeft geschonden door eiser niet te horen, terwijl eiser expliciet om een hoorzitting had verzocht en voldoende had toegelicht waarom bepaalde stukken niet konden worden overgelegd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de hoorplicht in acht wordt genomen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.