ECLI:NL:RBDHA:2025:22378

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 september 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
NL24.51694
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 ProcedurerichtlijnArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens overschrijding beslistermijn asielaanvraag met oplegging dwangsom

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn van 21 maanden is overschreden, hetgeen onbetwist is gesteld door belanghebbende en niet weersproken door verweerder.

De rechtbank overweegt dat de ingebrekestelling correct is geweest en dat het beroep binnen de vereiste termijn is ingesteld. De minister is niet gehouden tot betaling van een bestuurlijke dwangsom vanwege een tijdelijke wet, maar de rechtbank legt wel een rechterlijke dwangsom op van € 200 per dag met een maximum van € 15.000 om de minister te bewegen alsnog binnen twee weken een besluit te nemen.

Daarnaast worden proceskosten toegekend aan eiser ter hoogte van € 453,50. De rechtbank draagt de minister op zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na verzending van deze uitspraak, een besluit te nemen op de asielaanvraag. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen twee weken te beslissen onder oplegging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.51694
[V-Nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. E. Stap),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld.
Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Overwegingen

Voor het wettelijke kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de bijlage bij deze uitspraak.
Is de beslistermijn overschreden?
( x ) Ja, belanghebbende heeft onbetwist gesteld dat de beslistermijn is overschreden.
( ) Ja, dit is tussen partijen niet in geschil.
( ) Ja, verweerders standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard volgt de rechtbank niet. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van 6 januari 2023 [2] .
( ) Nee.
Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld?
( x ) Ja.
( ) Nee.
( ) Een ingebrekestelling is in dit geval niet vereist. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling [3] bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 8 maart 2019. [4]
Is het beroep gegrond?
( ) Nee. Het beroep is niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
( x ) Ja.
Heeft belanghebbende de rechtbank verzocht om de bestuurlijke dwangsom vast te stellen?
( ) Ja. Verweerder is in dit geval geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Met de tijdelijke wet dwangsom heeft verweerder de bestuurlijke dwangsom afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel of doeltreffendheidsbeginsel. Voor de motivering van dit oordeel wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 30 november 2022. [5] ( x ) Nee.
Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen?
( ) De rechtbank stelt een termijn vast die aansluit bij het 8+8-wekenmodel zoals geformuleerd in de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020. [6] Het nader gehoor is nog niet afgenomen. Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans nog zestien weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag.
( ) De rechtbank stelt een termijn vast die aansluit bij het 8+8-wekenmodel zoals geformuleerd in de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020. [7] Het nader gehoor is al afgenomen. Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans nog acht weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag.
( ) De rechtbank stelt vast dat verweerder in het verleden uitdrukkelijk is opgedragen te beslissen op de aanvraag van belanghebbende, maar dat nog steeds niet heeft gedaan. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die daaraan sedertdien in de weg hebben gestaan. Dat betekent dat de rechtbank verweerder thans de standaardtermijn van twee weken biedt om te beslissen op de asielaanvraag.
( x ) De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvraag van belanghebbende te beslissen, maar uiterlijk twee weken na verzending van deze uitspraak. De rechtbank stelt vast dat de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. [8]
Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist?( ) € 100,-, met een maximum van € 7.500,-.
( x ) € 200,-, met een maximum van € 15.000,-.
( ) € 250,-, met een maximum van € 37.500,-.
Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?
( x ) Ja.
( ) Nee.
Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?De volgende proceskosten worden toegekend:
( x ) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5.
( ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5.
( ) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.
( ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.

Beslissing

De rechtbank:
( ) verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
( x ) verklaart het beroep gegrond;
( ) draagt verweerder op binnen maximaal zestien weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken;
( ) draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken;
( ) draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken;
( x ) draagt verweerder op zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken;
( x ) bepaalt dat verweerder aan belanghebbende een dwangsom van
( ) € 100,- ( x ) € 200,- ( ) € 250,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van ( ) € 7.500,- ( x ) € 15.000,- ( ) € 37.500,-.
( x ) veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van
( x ) € 453,50 ( ) € 680,25 ( ) € 907,- ( ) € 1.360,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Özçelik, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.ECLI:NL:RBDHA:2023:136. Deze uitspraak gaat over WBV 2022/22.
3.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.