In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 1 december 2025 uitspraak gedaan in het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering. Eiser, geboren in 1997, heeft sinds zijn kindertijd te maken met verschillende medische aandoeningen, waaronder epilepsie en een autismespectrumstoornis. Hij heeft in het verleden gewerkt onder beschutte omstandigheden, maar heeft zijn werk gestaakt om een opleiding te volgen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering afgewezen, omdat eiser volgens hen over arbeidsvermogen beschikt. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, maar het Uwv heeft dit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de zaak op 20 oktober 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering, omdat hij in de Amber-periode, de periode van vijf jaar na zijn achttiende verjaardag, arbeidsvermogen heeft gehad. De rechtbank concludeert dat de eerdere afwijzing van het Uwv terecht is en dat er geen reden is om de besluitvorming te herzien. Eiser krijgt wel een vergoeding voor proceskosten en het griffierecht, omdat het bestreden besluit pas in beroep voldoende gemotiveerd is.