ECLI:NL:RBDHA:2025:22169

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
AWB - 25 _ 495
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen en beoordeling in de Amber-periode

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 1 december 2025 uitspraak gedaan in het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering. Eiser, geboren in 1997, heeft sinds zijn kindertijd te maken met verschillende medische aandoeningen, waaronder epilepsie en een autismespectrumstoornis. Hij heeft in het verleden gewerkt onder beschutte omstandigheden, maar heeft zijn werk gestaakt om een opleiding te volgen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering afgewezen, omdat eiser volgens hen over arbeidsvermogen beschikt. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, maar het Uwv heeft dit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de zaak op 20 oktober 2025 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering, omdat hij in de Amber-periode, de periode van vijf jaar na zijn achttiende verjaardag, arbeidsvermogen heeft gehad. De rechtbank concludeert dat de eerdere afwijzing van het Uwv terecht is en dat er geen reden is om de besluitvorming te herzien. Eiser krijgt wel een vergoeding voor proceskosten en het griffierecht, omdat het bestreden besluit pas in beroep voldoende gemotiveerd is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/495

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. G.C. Blom),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: [naam 1] ).

Inleiding

De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).
Het Uwv heeft deze aanvraag met het besluit van 14 februari 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.
Het Uwv heeft met het bestreden besluit van 4 december 2024 het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingediend. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiser heeft hierna medische informatie overgelegd, waarop het Uwv gereageerd heeft in een nader verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 20 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn begeleider [naam 2] (werkzaam bij [instantie] ), zijn gemachtigde en de gemachtigde van het Uwv.
Eiser heeft binnen de tien dagen termijn voor de behandeling van het beroep ter zitting nadere medische informatie ingediend. Het gaat om de stukken die op 10 oktober 2025 zijn verzonden en op 14 oktober 2025 door de rechtbank zijn ontvangen. De rechtbank heeft ter zitting besloten om deze stukken toe te laten in het geding en aan het dossier toe te voegen. De rechtbank heeft meegedeeld dat indien zij het noodzakelijk acht dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) hiernaar kijkt, het onderzoek zal worden heropend. Zoals hierna zal worden toegelicht, ziet de rechtbank hiertoe geen aanleiding.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden
1.1
Eiser is geboren op [geboortedatum] 1997. Op [datum] 2015 is hij achttien jaar geworden. Eiser heeft sinds de leeftijd van zes maanden last van epileptische aanvallen. Hij is gediagnostiseerd met het syndroom van Dravet. Daarnaast is bij eiser op jonge leeftijd een autismespectrumstoornis (ASS) vastgesteld en een licht verstandelijke beperking. Op latere leeftijd kreeg eiser last van linkerheupklachten. Hieraan is hij in 2015 geopereerd, waarna in 2017 een linkerkunstheup is geplaatst. Eiser heeft ook last van depressieve klachten.
1.2
Eiser heeft onderwijs gevolgd op de [schoolnaam] . [1] Vervolgens heeft hij van 1 september 2018 tot en met 31 augustus 2021 onder beschutte werkomstandigheden gewerkt als medewerker elektro bij ‘Den Haag Werkt’ [2] , waarbij het ging om licht productiewerk. Eiser is hiermee gestopt omdat hij een opleiding wilde gaan volgen. Van 2021 tot 2022 heeft hij de eenjarige MBO opleiding assistent mobiliteitsbranche, niveau 1 gevolgd. Hij heeft hiervoor een diploma behaald. Omdat eiser graag automonteur wil worden is hij in 2022 gestart met de MBO opleiding autotechnicus, niveau 2. Omdat eiser problemen had met stage lopen is hij van BBL [3] naar BOL [4] gegaan. Naast school heeft eiser een aantal baantjes gehad. Zo werkte hij van 1 oktober 2022 tot en met 30 april 2023 bij het Motorhuis als medewerker garage en van 11 november 2023 tot en met 11 december 2023 als vakkenvuller bij Albert Heijn. Vanuit een WMO-indicatie krijgt eiser hulp van begeleider [naam 2] van [instantie] bij het voeren van gesprekken en het doen van de administratie.
1.3
Eiser heeft op 29 oktober 2015 voor het eerst een Wajong-uitkering aangevraagd. Deze aanvraag is met het besluit van 2 december 2015 afgewezen. Hierbij is vastgesteld dat eiser geen arbeidsvermogen heeft, maar dat het ontbreken hiervan niet duurzaam is.
1.4
In 2018 heeft het Uwv op verzoek van de gemeente Den Haag een arbeidsdeskundige laten beoordelen of eiser behoort tot de doelgroep van beschut werk. De arbeidsdeskundige is in het rapport van 9 april 2018 tot de conclusie gekomen dat eiser arbeidsvermogen heeft en in aanmerking komt voor de indicatie beschut werk omdat eiser is aangewezen op permanent toezicht of intensieve begeleiding die niet binnen redelijke grenzen door een reguliere werkgever kan worden aangeboden.
1.5
Eiser heeft op 15 april 2022 opnieuw een Wajong-uitkering aangevraagd. Deze aanvraag is met het besluit van 12 juli 2022 afgewezen omdat eiser arbeidsvermogen heeft. Hieraan ligt het rapport van de verzekeringsarts van 27 mei 2022 en het rapport van de arbeidsdeskundige van 11 juli 2022 ten grondslag. Uit het rapport van de arbeidsdeskundige blijkt dat onderzoek is gedaan naar het functioneren van eiser in het beschutte werk.
De arbeidsdeskundige had een gesprek met mevrouw [naam 3] van Den Haag Werkt. Hierbij kwam naar voren dat eiser 32 uur per week werkzaam was bij de afdeling elektro in aangepast werk. Zij gaf aan dat eiser in staat was de werkzaamheden op de afdeling elektro naar behoren uit te voeren. Hij werd (zelfs) in staat geacht de wat complexere werkzaamheden op de afdeling uit te voeren. De arbeidsdeskundige kwam tot de conclusie dat eiser over basale werknemersvaardigheden beschikt, waarbij het dient te gaan om werk in een beschutte werkomgeving, en dat eiser een taak (onderdelen plaatsen op een printplaat) kan uitvoeren.
Totstandkoming van het bestreden besluit
2.1
Op 1 november 2023 heeft eiser nogmaals een Wajong-uitkering aangevraagd. Het Uwv heeft dit verzoek met het primaire besluit afgewezen omdat eiser nog steeds arbeidsvermogen heeft. Hieraan ligt het rapport van de verzekeringsarts van 12 februari 2024 en het rapport van de arbeidsdeskundige van 13 februari 2024 ten grondslag.
2.2
Uit het rapport van de verzekeringsarts blijkt dat hij aan de hand van dossierstudie een onderzoek heeft verricht, waarbij hij de gehele voorgeschiedenis van eiser in aanmerking heeft genomen. Hij heeft in aanmerking genomen dat voor eiser in april 2018 een indicatie voor beschut werk is afgegeven, waarbij is vastgesteld dat eiser over arbeidsvermogen beschikt. Ook heeft de verzekeringsarts in aanmerking genomen dat eiser geruime tijd heeft gewerkt in beschut werk. Eiser heeft dit werk gestaakt op eigen initiatief omdat hij een opleiding wilde volgen. De verzekeringsarts is tot de conclusie gekomen dat de medische beperkingen van eiser sinds 2018 (beschikking beschut werk) ongewijzigd aanwezig zijn. Er worden geen nieuwe medische feiten en/of medische omstandigheden aangegeven. De klant is gestopt met beschut werk omdat hij graag een opleiding wilde doen. Er is geen reden om alsnog een Wajong-uitkering toe te kennen.
2.3
De arbeidsdeskundige heeft in het rapport van 13 februari 2024 de voorwaarden voor het functioneren in werk zoals door de arbeidsdeskundige zijn vastgesteld in 2018 overgenomen omdat deze nog van toepassing zijn. De arbeidsdeskundige is op basis van die voorwaarden tot de conclusie gekomen dat de werkzaamheden in een beschutte werkomgeving zoals het werk op de afdeling elektro bij ‘Den Haag Werkt’ wat eiser jarenlang heeft gedaan, voor eiser als passend zijn te beschouwen. Eiser heeft immers met zijn beperkingen drie jaar kunnen werken bij ‘Den Haag Werkt’. Hij beschikt over basale werknemersvaardigheden, waarbij het wel om werk moet gaan in een beschutte omgeving, aldus de arbeidsdeskundige. Verder kan eiser een taak uitvoeren, waarbij het gaat om het plaatsen van onderdelen op een printplaat.
2.4
Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt, waarna de verzekeringsarts b&b een medisch onderzoek heeft verricht. De bevindingen hiervan staan vermeld in het rapport van 3 december 2024. De verzekeringsarts b&b heeft eiser op de hoorzitting van 2 december 2024 gezien. Ook heeft hij kennis genomen van de beschikbare medische informatie van de behandelaars van eiser. De verzekeringsarts b&b heeft opgemerkt dat eiser een nieuwe aanvraag voor een Wajong-uitkering heeft gedaan vanwege een verslechtering van zijn gezondheid door een toename van epileptische aanvallen. Uit de (vele) in bezwaar ingebrachte brieven van neurologen leidt de verzekeringsarts b&b af dat het jarenlang goed is gegaan met eiser, in die zin dat er jarenlang nauwelijks epileptische aanvallen waren. Hierna volgden insulten in maart 2023, november 2023 en in februari 2024. Tijdens de hoorzitting heeft eiser aangegeven dat hij sindsdien geen aanvallen meer heeft gehad. Wel heeft hij last van bijwerkingen van de medicatie. De verzekeringsarts b&b kan de stelling van eiser dat hij school en stage maar twee uur per dag kan volhouden en dus niet vier uur per dag, niet volgen. Een dergelijke lage marginale duurbelastbaarheid valt volgens de verzekeringsarts b&b namelijk niet valt te verklaren uit de medische bevindingen. Het niet kunnen volhouden van de opleiding en de stage in het vrije bedrijf lijkt meer gerelateerd te zijn aan de belasting hiervan die voor eiser mogelijk te hoog gegrepen is. De epilepsie leidde volgens de verzekeringsarts b&b niet tot het niet hebben van arbeidsvermogen. Er is eind 2023, begin 2024 een periode geweest waarin een toename van epileptische aanvallen heeft plaatsgevonden, maar dat is een tijdelijke toename geweest, nu eiser al weer negen maanden aanvalsvrij is. Eiser heeft vooral bijwerkingen van de medicatie gemeld, maar die verklaren volgens de verzekeringsarts b&b onvoldoende de lage/marginale duurbelastbaarheid van twee uur per dag. Een duurbelastbaarheid van vier uur per dag, eventueel verdeeld over de dag, moet tot de mogelijkheden van eiser behoren, aldus de verzekeringsarts b&b. Duidelijk is dat hij ten minste één uur achtereen een taak kan verrichten.
Met betrekking tot de heupklachten heeft de verzekeringsarts b&b opgemerkt dat deze belemmerend zijn voor heupbelastend werk. Deze geven volgens de verzekeringsarts b&b echter geen reden voor een beperkte duurbelastbaarheid en maken niet dat eiser niet ten minste één uur achtereen een taak zou kunnen verrichten.

Beoordeling van het geschil

3. Uit de beroepsgronden leidt de rechtbank - samengevat- af dat eiser vindt dat zijn klachten sinds 2022 zijn toegenomen, waarbij het met name gaat om aanvallen van epilepsie. Hij vindt dat het Uwv hem zwaarder beperkt had moeten achten, althans had moeten concluderen dat hij niet over arbeidsvermogen beschikt. Eiser stelt dat zijn arbeidsbeperkingen zodanig zijn toegenomen dat sprake is van duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid. Zelfs een belastbaarheid van twee uur per dag lukt niet altijd. Zijn moeder moet vaak school en stage afbellen. Eiser heeft in beroep medische informatie van de behandelend sector ingediend.
Herhaalde aanvraag
4. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering na een eerdere (gedeeltelijke) afwijzing zoals hier aan de orde, naar zijn strekking moet worden beoordeeld. [5] Met een aanvraag kan worden beoogd dat (met ingang van de datum waarop dat besluit zag) wordt teruggekomen van het eerdere besluit (artikel 4:6 van de Awb), kan worden beoogd een beroep te doen op een regeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid (Wet Amber) of kan worden verzocht om herziening voor de toekomst (duuraanspraak).
5. De gemachtigde van het Uwv heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. Er zijn in deze procedure twee zaken van belang, namelijk de gezondheidstoestand van eiser op de dag dat hij achttien jaar werd en de Amberperiode, zijnde de periode van vijf jaar gerekend vanaf de achttiende verjaardag van eiser tot zijn drieëntwintigste verjaardag. Die periode loopt vanaf [datum] 2015 tot en met [datum] 2020. Bij de eerste beoordeling die plaatsvond in 2015 kwam het Uwv tot de conclusie dat eiser geen arbeidsvermogen had. Eiser kon nog arbeidsvermogen ontwikkelen waardoor de Wajong-uitkering toen is afgewezen. Vervolgens vond in 2018 een beoordeling indicatie banenafspraak plaats, waarbij het Uwv tot de conclusie kwam dat eiser wel arbeidsvermogen heeft. Eiser is in de periode vanaf 2018 tot en met 2021 voor 32 uur gaan werken bij de gemeente Den Haag in beschut werk. Zijn leidinggevende heeft verklaard dat hij goed heeft gewerkt en hij had zelfs meer kunnen doen. Eiser heeft vervolgens ontslag genomen voor het volgen van een opleiding omdat hij in het vrije bedrijfsleven wil werken. Eiser was op zijn drieëntwintigste verjaardag dus werkzaam. Dat onderbouwd volgens de beslissing van het Uwv dat eiser in 2018 arbeidsvermogen had. Eiser heeft daarom geen recht op een Wajong-uitkering. Het bepaalde in artikel 1a:1, derde lid, van de Wajong 2015, is ook niet van toepassing omdat eiser niet aan voorwaarde voldoet dat hij gedurende de periode van tien jaar na de dag waarop hij achttien jaar is geworden, geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had. Ook de beroepsgrond van eiser dat hij sinds 2022 toegenomen klachten heeft, speelt volgende gemachtigde van het Uwv geen rol omdat dit buiten de Amber-periode van vijf jaar valt.
6. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv hiermee op heldere wijze heeft uitgelegd waarom eiser niet in aanmerking kan komen voor een Wajong-uitkering. De rechtbank schaart zich volledig achter die uitleg. De beroepsgronden van eiser behoeven in het licht van het voorgaande niet inhoudelijk besproken worden.
7. Uit de hiervoor weergegeven uiteenzetting van het Uwv leidt de rechtbank af dat eiser niet aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering voldoet. Op zijn achttiende verjaardag was geen sprake van een volledig en duurzaam verlies aan arbeidsvermogen en dat is nu nog steeds zo. De rechtbank vindt ook dat de verzekeringsarts b&b afdoende heeft gemotiveerd dat een marginale belastbaarheid van twee uur per dag, zoals eiser stelt, niet valt te verklaren uit de medische bevindingen. Verder blijkt uit de beschikbare gegevens ook dat eiser arbeidsvermogen heeft omdat hij vanaf zijn achttiende verjaardag (in de Amber-periode van vijf jaar) bij verschillende werkgevers heeft gewerkt en stage heeft gelopen. Bij ‘Den Haag Werkt’ was dit zelfs een langere tijd achter elkaar. Dat het werken en het stage lopen eiser moeite kostte, doet hier niet aan af. Er bestaat daarom geen aanleiding om de eerdere besluitvorming in deze zaak te herzien.

Conclusie en gevolgen

8. Omdat de motivering van het bestreden besluit niet eerder dan op de zitting duidelijk is geworden, dient te worden geconcludeerd dat aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek kleefde. De rechtbank zal dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht passeren, omdat aannemelijk is dat eiser hierdoor niet is benadeeld. Als het gebrek zich namelijk niet zou hebben voorgedaan, zou ook een besluit met gelijke uitkomst zijn genomen. Het bestreden besluit kan dus in stand worden gelaten.
9. Gelet op wat hierboven is overwogen, komt de rechtbank tot de conclusie dat het Uwv terecht heeft geweigerd om een Wajong-uitkering aan eiser toe te kennen, omdat hij beschikt over arbeidsvermogen.
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiser niets verandert. Het
Uwv moet wel het griffierecht aan eiser vergoeden. Dit omdat het bestreden besluit pas in beroep voldoende is gemotiveerd.
11. Eiser krijgt vanwege hetgeen onder 8 is overwogen, ook een vergoeding van zijn proceskosten in de beroepsfase. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. Eiser krijgt dus in totaal € 1.814,- aan proceskosten vergoed.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,--;
  • draagt het Uwv op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van S.J.W. Stort, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Een school voor zeer moeilijk lerende kinderen.
2.Een werk- en ontwikkelbedrijf van de gemeente Den Haag waarbij werknemers worden geholpen om werk te vinden.
3.Beroepsbegeleidende leerweg.
4.Beroeps opleidende leerweg.
5.Zie de uitspraken van de CRvB van 14 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1 en 2, van