Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , [v-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Duitsland heeft dit verzoek op 11 augustus 2025 aanvaard.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende op 17 juni 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland verzocht Duitsland om hem terug te nemen op grond van de Dublinverordening, welk verzoek door Duitsland werd geaccepteerd. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de procedure.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege zijn negatieve ervaringen met de Duitse asielprocedure, waaronder een vertrekbevel en het risico op indirect refoulement. Tevens voerde hij aan dat de overdracht onevenredige hardheid oplevert en dat hij ongelijk wordt behandeld ten opzichte van zijn broers die verblijfsrecht in Duitsland zouden hebben.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete en objectieve aanwijzingen heeft geleverd die aantonen dat de Duitse asielprocedure structureel tekortschiet of dat hij een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook is indirect refoulement niet aannemelijk gemaakt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens gebrek aan onderbouwing. De discretionaire bevoegdheid om de aanvraag in Nederland te behandelen is niet van toepassing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Bouter-Rijksen en griffier Dommerholt.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.