Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , [v-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Duitsland heeft dit verzoek op 12 augustus 2025 aanvaard.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Iraakse asielzoekster, diende op 17 juni 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland verzocht Duitsland om haar terug te nemen op grond van de Dublinverordening, welke door Duitsland werd aanvaard. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiseres stelde dat zij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op indirect refoulement en dat de overdracht onevenredig hard zou zijn vanwege haar medische en psychische situatie. Zij wees op een vertrekbevel in Duitsland en het risico op uitzetting naar Irak, wat haar vertrouwen in de Duitse autoriteiten ondermijnde.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende concrete en objectieve aanwijzingen had geleverd om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te weerleggen. Er waren geen structurele tekortkomingen in de Duitse asielprocedure aangetoond en de medische situatie was niet onderbouwd met documenten. Ook was er geen aannemelijk gemaakt risico op indirect refoulement.
De rechtbank overwoog dat bijzondere individuele omstandigheden die tot onevenredige hardheid leiden, niet waren aangetoond. De asielaanvragen van haar echtgenoot en zoon worden gelijktijdig behandeld en overdracht vindt als een eenheid plaats. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.