Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2025 in de zaken tussen
[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie.
Samenvatting
Procesverloop
4 maart 2024 eindigt. Hiertegen heeft eiseres beroep ingesteld (NL24.11965) en heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (NL24.14458).
Beoordeling door de rechtbank
30 augustus 2023 bekendgemaakt. Met dit besluit is aan eiseres ook een terugkeerbesluit opgelegd. Hiertegen heeft eiseres beroep ingesteld. Dit besluit heeft de minister ingetrokken nadat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) bij uitspraak van 17 januari 2024 [4] had bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning van rechtswege niet op deze datum kon eindigen, maar van rechtswege zou eindigen op 4 maart 2024. Bij brief van 24 januari 2024 heeft de minister eiseres gewezen op deze beëindiging van rechtswege op 4 maart 2024. Eiseres heeft haar beroep echter gehandhaafd.
19 december 2024 (arrest Kaduna). [7] Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het Unierecht het een lidstaat toestaat om de verleende facultatieve tijdelijke bescherming op een eerder tijdstip in te trekken dan dat waarop de verplichte tijdelijke bescherming geen rechtsgevolgen meer heeft. Ook heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat het lidstaten niet is toegestaan een terugkeerbesluit te nemen voordat de tijdelijke bescherming is beëindigd.