Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
29 maart 2024 [4] en 25 april 2024 [5] prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie. Naar aanleiding hiervan heeft de minister een bevriezingsmaatregel genomen, inhoudende dat personen van wie de tijdelijke bescherming was beëindigd langer gebruik mochten maken van de rechten die zij onder de Richtlijn hadden. De minister heeft eiser op 1 mei 2024 bericht dat hij onder de bevriezingsmaatregel viel. De door de Afdeling en zittingsplaats Amsterdam gestelde vragen zijn beantwoord in een arrest van 19 december 2024. [6] Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het Unierecht een lidstaat toestaat om de door hem verleende facultatieve tijdelijke bescherming op een eerder tijdstip in te trekken dan dat waarop de verplichte tijdelijke bescherming geen rechtsgevolgen meer heeft. De Afdeling heeft in haar uitspraken van 23 april 2025 [7] uitgelegd hoe het arrest van het Hof van Justitie dient te worden toegepast en bevestigd dat de tijdelijke bescherming voor derdelanders op 4 maart 2024 is geëindigd. Bij brief van 3 juni 2025 heeft de minister meegedeeld dat hij besloten heeft om naar aanleiding van deze Afdelingsuitspraken de bevriezingsmaatregel per 4 september 2025 te beëindigen. [8] Op 10 juli 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, naar aanleiding van het arrest van 19 december 2024 einduitspraak gedaan. [9]