ECLI:NL:RBDHA:2025:21900
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en verblijf als familie- en gezinslid voor zijn ouders en broer. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingesteld na een geldige ingebrekestelling.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder besluit te nemen. Gelet op jurisprudentie acht de rechtbank dit een bijzonder geval waarbij een langere beslistermijn dan standaard twee weken passend is. Verweerder moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak beslissen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van de termijn en veroordeelt verweerder in de proceskosten en het griffierecht van eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.