ECLI:NL:RBDHA:2025:21887
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en verblijf als familie- of gezinslid voor zijn ouders en broertje. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen plus een verlenging van drie maanden besloten, waardoor het beroep tijdig en gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat vanwege de bijzondere aard van aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning een langere beslistermijn dan de standaardtermijn van twee weken passend is. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De rechtbank wijst het verzoek af om een bestuurlijke dwangsom vast te stellen wegens de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving. Tot slot wordt de minister veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.