ECLI:NL:RBDHA:2025:21727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van een terugkeerbesluit voor een derdelander met tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Den Haag het beroep van eiseres, een Marokkaanse vrouw die op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne verbleef, tegen een door de minister van Asiel en Migratie opgelegd terugkeerbesluit. Dit besluit, dat op 21 februari 2024 werd genomen, verplichtte eiseres om Nederland binnen vier weken te verlaten. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en doet uitspraak zonder zitting, zoals toegestaan onder artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank legt uit dat de minister ten onrechte een terugkeerbesluit heeft opgelegd, aangezien eiseres rechtmatig verblijf had op basis van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, die op 4 maart 2024 eindigde. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de hoogste bestuursrechter, die bevestigen dat een terugkeerbesluit niet kan worden opgelegd zolang er rechtmatig verblijf is. De rechtbank vernietigt het terugkeerbesluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 907,-. De uitspraak is openbaar gemaakt op 3 november 2025.