ECLI:NL:RBDHA:2025:21718
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging prematuur terugkeerbesluit tijdelijke bescherming derdelander
Eiseres, een Indiase nationaliteit houdende derdelander met een tijdelijke Oekraïense verblijfsvergunning, verbleef in Nederland onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Op 7 februari 2024 legde de minister van Asiel en Migratie een terugkeerbesluit op, waarbij eiseres werd opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank overwoog dat de minister de tijdelijke bescherming op 4 maart 2024 beëindigde op basis van een uitspraak van de hoogste bestuursrechter en een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Echter, de hoogste bestuursrechter had ook geoordeeld dat een terugkeerbesluit niet mag worden opgelegd zolang een vreemdeling rechtmatig verblijf heeft, zoals het geval was bij eiseres onder de facultatieve tijdelijke bescherming.
Daarom was het terugkeerbesluit van 7 februari 2024 prematuur en diende het te worden vernietigd. De rechtbank achtte het beroep kennelijk gegrond en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit van 7 februari 2024 wordt vernietigd omdat het prematuur was opgelegd.