Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 13 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Kroatië had het verzoek tot terugname van eiser geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij in Kroatië onmenselijk was behandeld, geen adequate medische hulp kreeg en onder valse voorwendselen zijn vingerafdrukken moest afstaan. Hij stelde dat Kroatië geen goede asielprocedure biedt en dat overdracht een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro zou betekenen. Verweerder had volgens eiser nader onderzoek moeten doen en zijn discretionaire bevoegdheid moeten gebruiken.
De rechtbank oordeelde dat Kroatië in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser had niet aannemelijk gemaakt dat klagen bij Kroatische autoriteiten onmogelijk is. Het AIDA-rapport en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak ondersteunen dat er geen structurele schendingen zijn die overdracht verbieden.
De rechtbank vond dat de persoonlijke ervaringen van eiser betrekking hadden op zijn eerste aankomst en niet op de gereguleerde overdracht als Dublinclaimant. Er is geen reëel risico op een behandeling in strijd met mensenrechten. Verweerder had terecht geen discretionaire bevoegdheid toegepast. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië wordt ongegrond verklaard.