ECLI:NL:RBDHA:2025:21464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming en oplegging terugkeerbesluit aan derdelander zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Marokkaanse derdelander die tijdelijk bescherming genoot in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vanwege verblijf in Oekraïne, maakte bezwaar tegen het beëindigen van zijn tijdelijke bescherming en het opleggen van een terugkeerbesluit. Verweerder had op 24 juli 2025 een terugkeerbesluit genomen omdat het rechtmatig verblijf van eiser was geëindigd per 4 maart 2024.
De rechtbank oordeelt dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming terecht was, mede gelet op uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie van de EU. De door verweerder gehanteerde bevriezingsmaatregel gaf eiser geen rechtmatig verblijf, maar slechts een tijdelijk gebruik van rechten in afwachting van definitieve besluitvorming.
Eiser voerde aan dat zijn persoonlijke omstandigheden en het evenredigheidsbeginsel niet waren betrokken, maar de rechtbank vond dat verweerder voldoende gelegenheid had gegeven voor een zienswijze en dat eiser zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd. Ook was geen risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Marokko gebleken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.