Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.M.B.J. Schreijen, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 2 november 2025 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000, aansluitend op een strafrechtelijke heenzending. Na twee dagen bleek dat eiser nog een openstaand strafvonnis van 21 dagen had dat eerst moest worden uitgezeten. De maatregel van bewaring werd daarop op 5 november 2025 opgeheven.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voortvarend heeft gehandeld bij het opvragen van justitiële documentatie en het opheffen van de maatregel. Echter is na de opheffing niet onverwijld gestart met de uitvoering van het strafvonnis, waardoor eiser onrechtmatig in het Detentiecentrum Rotterdam werd vastgehouden zonder titel. Dit verlengde de vrijheidsontneming onrechtmatig.
De rechtbank stelt dat voorafgaand aan de oplegging van de maatregel een uittreksel uit de justitiële documentatie had moeten worden opgevraagd om onderbreking van de bewaring te voorkomen. Ondanks dat de Afdeling bestuursrechtspraak hier anders over oordeelt, acht de rechtbank dit noodzakelijk voor zorgvuldigheid en voortvarendheid.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding toe voor de periode dat de maatregel ten uitvoer is gelegd en bepaalt de schadevergoeding op €440. Tevens worden proceskosten van €1.814 toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter S. van Lokven op 13 november 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding van €440 toe wegens onrechtmatige bewaring.