ECLI:NL:RBDHA:2025:21311
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen wegens onvoldoende rechtmatig verblijf
Eiser, een Turkse nationaliteit houdende persoon, diende op 13 september 2023 een aanvraag in voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. De minister wees deze aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de vereiste van minimaal vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf voorafgaand aan de aanvraag. Eiser had sinds 5 september 2022 geen geldige verblijfsvergunning meer, maar slechts een formeel beperkt verblijfsrecht, wat niet meetelt voor de vijfjaarstermijn.
Eiser voerde aan dat de minister ten onrechte niet de gehele verblijfsperiode had meegeteld en dat hij rechten had op grond van het Turks Associatierecht. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd welk gunstiger beleid van toepassing zou moeten zijn en dat het formeel beperkte verblijfsrecht niet meetelt bij de berekening van de verblijfsduur.
Daarnaast stelde eiser dat de minister de hoorplicht had geschonden door hem niet te horen in bezwaar. De rechtbank stelde vast dat de minister terecht van het horen kon afzien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser het griffierecht niet terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen wordt ongegrond verklaard.