ECLI:NL:RBDHA:2025:21208
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting.
De rechtbank stelt vast dat Nederland op 23 augustus 2025 een verzoek tot terugname van de asielaanvraag aan Duitsland heeft gedaan, dat door Duitsland op 27 augustus 2025 is aanvaard. Eiser betoogt dat het voornemen niet zorgvuldig tot stand is gekomen en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege problemen in de Duitse asielprocedure. Hij verwijst onder meer naar het AIDA-rapport en een NOS-artikel.
De rechtbank oordeelt dat het voornemen voldoet aan de vereisten en dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom Duitsland verantwoordelijk is. De stellingen van eiser zijn onvoldoende onderbouwd en concreet gemaakt. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing, en eiser is niet geslaagd in het aannemelijk maken dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Ook de verwijzingen naar mogelijke opvangproblemen en het ontbreken van rechtsbijstand leiden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond, waardoor het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag in stand blijft en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.