Uitspraak
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar meerderjarige dochter in Nederland. Eerder aanvragen werden afgewezen vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan vrijstellingscriteria. De huidige aanvraag werd eveneens afgewezen, mede op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat geen medische noodsituatie bij terugkeer naar Suriname verwacht.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht van het BMA-advies is uitgegaan, aangezien dit zorgvuldig is opgesteld en eiseres geen actuele medische stukken heeft overgelegd die het advies tegenspreken. Tevens is vastgesteld dat de medische situatie van eiseres niet zodanig is dat vrijstelling van het mvv-vereiste gerechtvaardigd is.
De rechtbank stelt dat er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar meerderjarige dochter, zoals vereist voor toepassing van artikel 8 EVRM Pro. Verweerder heeft alle relevante omstandigheden betrokken, waaronder de langdurige gescheiden woonplaats, financiële ondersteuning op afstand en de medische situatie. Ook is de hardheidsclausule niet van toepassing omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die vrijstelling rechtvaardigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, aangezien de uitspraak in het beroep is gedaan en er geen connexiteit meer bestaat. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunningaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.